Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE V L E IJ E R.
67
vervolgt, om haar te fmeeken, dat zy nog hare
zilveren fiem met de toonen der /naren vereeni-
ge, tot dat dit geluk hem ook gefchonken wordt.
Nu is hy geheel oor. Zyne mienen moeten de in-
nigfte vreugde uitdrukken. Hy bedreigt een ieder,
die een woord overluid fpreekt. Alleen mogen zyne
uitroepingen tusfchen het gezang invallen, en verze-
kert hy, by herhaling , dat hy nog nimmer zulk
een godlyk genoegen fmaakte, dat zy den roem van
de fraaifte zangeres verdonkert, enz. Hy dryft zyne
vleijery tot zulk een uiterfte, dat het arme meisje ein-
delyk gelooven moet, dat hy haar Hechts voor den
gek houden wil, en alzoo ophoudt met ipelen, en
van den ftoel opryat. Dan fchynt hy geheel onttoost-
baar. Hy bemigt, dat hy flechts de waarheid ge-
zegd heeft, dat hare befcheidenheid te ver gaat. En
hy bidt haar ootmoedig, dat zy het hem toch ver-
geve, als hy haar misfchien beleedigd heeft.
Zyn er nog kleene kinderen in huis , dan overlaadt
hy ook dezen met vleijery en liefkozingen. PP'at
allerlipffie kleenen! roept hy gansch verrukt uit;
welke Engelen! Al zyn zy vry baldadig; hy vindt
hen echter zeer aardig. Hun neuswys gedrag is by
hem geest. Hunnen moedwil noemt hy blyken van
genie. Himnen eigenzin den aanleg tot een vast ka-
rakter. Daarby laat hy niet na, om, aan de ouderen
meenigerlei komplimenten over hunne opvoeding te
maken, hert het toekomfl:ige blinkende fortuin van
hunne kinderen te voorfpellen, en hen daannede veel
geluk te wenlchen.
Wordt hy ter tafel genoodigd, daar weet hy ook
ftof genoeg tot vleijery te vinden. De tafel is op ee-
ne fmaakvolle wyze aangerigt. Het eten is kostlyk,
zoo fmaaklyk toebereid heeft hy het nog nergens ge-
proefd. Maar uit zulke fchoone handen mag men ook
niets anders verwachten. De wyn is de be^te, dien
hy, in langen tyd, gedronken heeft. En hy wil het
E 3 in