Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
60 DE KOMPLIMENTMAKER.
zoo ver gekomen te z^m, dat gy, over het eigenly
ke oogmerk van uw bezoek, met hem fpreken kunt.
Maar nu vangt hy inmslchen eerst aroi, om zich
naar uw welzyn, en dat van al de uwen, te infor-
meren. Ik h^h zoo lang het geluk niet gehad van
den Heer — hier plaatst hy uwen geheclen titel —
te zien! Hoe is het toch met LhS dierbare ge-
zondheid ? Mag ik my ook i-erjiouten , om te
vragen, of VES beminde. Mevrouw — weder-
om de ganfche titel '— nog welvarende is? En hoe
maken het de lieve kieenen? Het zyn waarlyk
Engeltjes, evenbeelden van Mynheer den Vaaer,
en Mevrouw </e Moeder. Elk, die ze ziet^ be-
mint en bewondert ze ook. enz. enz.
Hebt gy eindelyk den ftroom van zyne \Tagen en
loffpraken, door uwe andwoorden, tot ftilftand ge*
bragt, dan bereikt gy uw oogmerk evenwel nog
niet. Want plotsling fpringt hy op, belt of roept
eenen bediende, en fluistert hem iets in het oor.
Gy hoopt wel, dat hy geene oniflag maken zal;
maar hy bidt, aller gehoorzaamst, alleronderda-
nigst; en gy moet het u laten welgevallen, een kop
koffy, of thee, of een glas wyn, met hem te diin-
ken. Hebt gy nu, na vele vergeeffche pogingen,
hem eindelyk kimnen zeggen, het geen gy hem te
zeggen hadt, en wilt gy alsdan affcheid nemen, en
naar hoed en rotting tasten; dan kan hy dit onmoog-
lyk laten gelchieden. Hy heeft zoo zelden de on-
fchatbare eer, van u by zich te zien, dat hy zich
niet te vrede zou kunnen flellen, als hy dat geluk
enkel voor zoo korten tyd genoot. Hy waagt het
dan, u te verzoeken, om het middag- of avond-
maal by hem voor lief te nemen. Alles , wat gy
daartegen inbrengt, doet niets ter wereld af. Hy is
regt vindingryk in de wederlegging van dat alles.
Hebt gy afgefproken, cm dan of d-n te huis te zyn,
en verzekert gy dat men u wachten zou, dan wil
hy