Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
56 DE GROOTSPREKER ENZ.
Op deze zjrre reizen heeft hy mi zoo vele uitnemen-
de dingen gezien en genoten, dat diergelyke zaken
hem in zyn land volftrekt niet meer behagen. „ Het is
„ geheel iets anders, verfche cefters te Ijonden te eten.
,, Wie ze daar eenmaal geproeld heeft, zal deze oefters
„ hier in 1 et geheel niet lusten. Te Farys, daar ver-
„ ftaat men het koken ! Keen! zco lekker zal hy in
„zyn geheele leven niet meer eten!" enz. Edoch
voor zich zeiven heeft hy, intusfchen, meenig ding
even zoo goed, als het daar te vinden is. Want hy
heeft overal bekenden, die hem het beste toefchikken.
Niet zelden gebeurt het, dat hy van zyne groot-
fpraak oveituigd wordt, en dat men hem de klaar-
blyklykfte tegenftrydigheden, in zyne verhalen, aan-
'toont. Zulks befchaamt en betert hem intusflchen
niet, als deze verkeerdheid eenmaal by hem inge-
worteld is. Ook hy ftiekt tot bevestiging van S a-
3L o M o 's gezegde: „al ftiet gy den dwaas in een
«mortier; zyne dwaasheid zal hem byblyven."
IX.
DE BOKACHTIGE.
Eer
en karakter, welks uiterlyk voorkomen hetzelfde,
als dat van den lomperd, maar welk, inmsfchen,
daarvan onderlcheiden, en veel verachtlyker, is.
De lomperd, misgrypt zich, naamlyk, flechts uit
onwetendheid. Zyn ongeflepen beftaan is enkel een
gevolg van zyne gebrekige en verwaarloosde opvoe-
ding. Men behoort het hem, derhalve, zoo geheel
euvel niet af te nemen. Daar en tegen weet de ei-
genlyke bok het zeer wel, dat hy beleefder wezen
moest, en hoe dit te wezen. Gelyk als dit reeds
daar-