Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
opPRAALHANS.
toe, wien hy zjnie zeldzaamheden juist vertoont, en
die een ligt brekend ftuk deltïtol" in handen neemt.
Om 's hemels wil. myn Heer! laat dat lig^t-n!
De helft van uw vermogen zou naauwlyks toe: ei-
ken, om my de fchade te vergoeden, als gy het
braakt.
Bezit de grootfpreker eenige ligchaamlyke vlugheid
en fterkte, dan is er ook geen einde aan zyn pog-
chen daarop. Er wordt van vechten gelpmken. ó.
Zegt hy, tofu ik op de academie /f L * * was,
ging er geen dog voorby, waar p ik niet met
iemand aan den duns vias, nel enkel uit ko-tss^yl,
en met het floret^ maar ik Jloeg evenwel loo van
my, dat myne party telknu, et/yke weken lang,
geen floret meer aanroerde. J\'tcmond wilde meer
met my fchermen, zelfs dé fchermmeestt-r ni'^t ^
vien ik ook boven het hoofd gewasfen »cai. Daar^
door verwierf ik my dan ook zoo veel res/ ect,
dat niemand het waagde, om tegpn my op te ko-
men. En waar ik verfcheen, en rust gebood,
daar was oogenbhkl)k alles ftil. Hy vecht, in-
tusfchen, niet flechts, maar hy kan ook zwemmen.
Remmen kan ik, dat verzeker ik u, beier, dan
een visch. Jwee uren lang tegen den ft room, daC
is voor my een bagaiel, By gelegenheid worden
eenige flraaltjes van byzondere fl:erkte aangevoerd.
Dan roept hy uit: hoe kunt gy toch zoodanig iets
bewonderen? Dan haat gy my moeten zien, tneti
ik, in myne jonge jaren een honderd pond. ge-
\vigt, met deif uitgeftrekten arm. ophief, en een
kwartier lang zoo hield. Dat wH toch meer zeg-
gen! Zekerlyk zou ik moeite hehben, om het nu
nog te doen. Intusfchen neem ik het altyd nog
wet drie te gelyk op. Voel myn arm maar
eens! — Als yzer! JSiet waar?
Ondanks dit alles, is de grootfpreker gemeenlyk
een haas, die, als het er op aankomt, en hy zyne
D 3 hoog