Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
enWAAGHALS. 49
der het binnen einde vast Weid. Zeker beroemd Pruis-
fisch generaal oefende zich, in zyne jeugd , in het
vermetele kunstltiik , om , te paard, uisfchen de
ronddraaijende wieken van een windmolen door te
rennnen.
Die zich nu dus in gevaar begeeft, komt ligt daar-
in om. Misfchien houdt iemand het lang uit, eer^
hem een ongeluk treft, en evenwel achterhaalt héf
hem ten laatfte. Vcor eenige jaren zag men, inZo«-
don , een der grcotfte waaghalzen , een kerel, die
zich zeiven en de zyncn, door middel van een kunst-
ftuk , onderhield , dat zoo gevaarlyk was , als ooit
een kunstftuk wezen kan. Hy fprong naamlyk, op
de niiddenftukken der achterfte raderen van voorbyry-
dende koetfen, zoo dat hy daarop kwam te zitten ,
terwyl hy de fpaken greep, en vervolgens met het
rad, even als iemand, die zydelings over het hoofd
buitelt, ronddraaide , tei-wyl zyne vrouw in de ftra-
ten , en \ oor de venflers, waaruit men naar dat
zeldzame fchouwfj el keek , gelchenken inzamelde.
Men ninet liaar ook fleecs ryklyk gegeven hebben.
Maar eindelyk gebeurde , het geen elk lang had ver-
wacht. De \vaaghals werd onder een rad verbryzeld.
Hoe vele kreupelen en gebrekkigen dragen niet de
bewyzen van de nieuwsgierigheid en vermete lÏHd him-
ner jonge jaren , gedurende hun ganfche le\-en , met
zich rond. Die lanmie kon voorheen zoo fiiel loopen
als eene rhee : maar nevens meer andere ondeugendhe-
den, waartoe zyne onbezonnenheid hem verleidde, be-
dreef hy ook die, dat hy zich boven op de huisdeur
plaatfte, om daarop heen en wee- te ryden. Met dit
fpel, dat men hem dikwyls verboden had , was hy
eens bezig, toen de tegenoverftaande achterdeur open-
gemaakt werd, en daardoor zoo veel wind kwam, dat
de deur, waai'op hy zat, met geweld toefloeg, en
hem zyn been vei-plene. Deze eenoog heeft twee ge-
zonde oogen op de wereld gebragt: maar in zyne
D jeugd