Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
deBLOODE,
op nieuw. Jal zeide ik. De Vorst lachte. Dat was
reeds wederom dom! dacht ik. Maar ik meei.de im-
mers alleen, dat ik iets gefchreven had, niet, dat
bet gefchrevene voortreflyk was. — Al myne zelf-
fiandigheid was nu weg. Ik vermögt my geene vry-
heid meer te veroorlooven, en gedroeg my, in het
vervolg, enkel lydlyk. "
Dus ging het den m;?!, die, in de gewone kringen
van het gezellige leven, geenszins bloode was. Nu
verbeelde men zich inmsfchen, in zyne.plaats, zulk
een mensch, als wy boven hebben afgefchetst, en
men zal ligt begrypen, dat deze er, in zulk een toe-
ftand, veel erger aan zou zyn geweest. Vlugheid
van geest, en betaamlyke driestheid, welke zich
fteods binnen de palen der befcheidenheid weet te
houden, zyn gaven van veel aanbelang, en onvermyd-
lyk noodig voor elk, die, als een nuttig lid der bur-
gerlyke maatfchappy, ten beste van zich zei ven en
anderen werkzaam wezen wil.
VIL
DE VOORBARIGE WEETAL EN WAAGHALS.
De
'e eerfte behoort tot het gild van den driesten en
neuswyzen. Zyn onderfcheidend karakter beftaat daar-
in , dat hy dingen weten of ondervinden wil, die hem
ter wereld niet raken , en ligt fchadelyk voor hem
kunnen worden. De weetal is doorgaands tevens een
waaghals, die zich moedwillig, zonder noodzaak, en
aonder nut, in klaarblyklj'k gevaar begeeft.
Een nieuwsgierige knaap wil alles zelf onderzoe-
ken, alles zelf beproeven. alles zelf zien; offchoon
dit hem niets baten, maar veeleer hem, en a-deren,
fchaden kan. Kom niet digt aan dien boom! Daar