Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE B L O OD E.

liy niy haat op nieuw toe. Toen was intusfcl-en my-
ne hand reeds nec'ergezonken. En ik weigerde, ten
tweeden male, met eeie hiiigirg. Liiusfchen verliief
ik myne hand ten tweeden male, even als voorheen ,
op hetzelve oogenblik, waarop'de zyne zich achteif-
waart bewoog. Hy deed eene nieuwe poging. Ik
niet minder. Maar niets van dat alles gelukte. ï^n
er ontftond tusfchen ons allen een zonderlingst g,e.
fcherm met de handen. — Jerwyl wy ons nu zoo
veel angst on moeite veroorzaakten , opende zich de
deur, en een holdienaar beCcheidde my by den Her-
tog. Toen ging het my even als het eenen jongman,
die voor de eerde maal prediken zal, doorgaands
gaat, zoo haast de klokken beginnen te luiden. Ik
Volgde den bofdienaar, door eenige kamers en zalen,
met een fterk kloppend hait, maar tevens met een
veinieuwd befluit, om moedig te zyn, en myne ge-
waarwordingen, met tegenwoordigheid van geest, op
te volgen. Misfchien zou alles wel gegaan zyn (want
het vriendlyk en edel gelaat van den Heitog bezielde
my zoowel met vertrouwen, als met hoogachting,)
Zoo ik niet, by m\re intiede in het kabinet, over
den gladden vloer, bykans tot vallen toe, gegleden
was. — JSeem u in acht! De vloer is glibberig\
riep my de Heitog toe. Ongelukkig viel my myn
opzet, om niet van myn ftuk te geraken, en het ge-
ne ik gevoelde, te uiten, toen wederom in. Waar-
lyk. doorluchtige Hoogheid ! Dus ving ik aan,
het is glibberig aan de •hoven. Dat kan zyn,
herram hy, maar ik ben er onfchuldig aan!
Myne bedienden maken hen zoo glad. Dit and-
woord, en myne bezorgdheid, van onbehoorlyk driest
geweest te zyn^ verplaatfte my eensklaps in den toe-
ftand van eenen rederaar, die fteken blyl't, en maak-
te my zoo bedremmeld en houten, als ik in het vo-
rige venrek geweest was. Gy hebt eenige voor^
Ireßyke dinj^en ^ejchreven\ Dus 'bcgou de Vorst
op