Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
44 deBLOODE.
de fchets mededeelt. C ♦) De ophef, dien men vaa
zyne fchiiften maakie, had hem de eer verworven^
van ten hp\e te worden voorgefteld. Hy vyapende
zich voorlopig, eer hy naar het Paleis ging, met de
fterkfte behoedmiddelen, tegen alle aanvallen van
bloodigheid. Vast befloot }iy, om, als een onaf-
hangljrke geleerde, vry en befcheiden, met welvoeg-
lykheid, en evenwel met etne onvenninkte handha-
ving van zyn eigen beftaan, te willen fpreken en han-
delen, Maar ach! Reeds bragt zyn onderhoud met
twee voomsme Heeren, in een veiti-ek van het Pa-
leis, hem uit het evenwigt, waarin hy zich meende
te houden. Die Heeren waren gelast, hem zoo lang
gezcllchap te houden, tot dat de Vorst hem zou kun-
nen fpreken. Zy zeiden hem velerlei beleefdheden,
waarop hy riet anders, dan met eepe ftomme en ee-
nigzins bloode buiging, wist te andwoorden. En het
gene hy daania fprak, was, zoo als hy zelf fpoedig
merkte, onvoegzaam, en ondoelmatig. Zyne huive-
righeid maakte Jien ook verlegen. Dus werd dan het
onderhoud hoe langs zoo eenzelviger. Eindelyk liet
men hem aan zich zeiven o\'er, De een plaatfte zich
voor eene fchildery. En de ander ging, met de han-
den op den mg, langzaam op en neder, en tokkelde
nu en dan aan das en hom. Evenwel beproefde de
een nog eens, om het onderhoud wederom op te vat-
ten ; maar welk een gevolg dit had, en wat verder
vooiviel, dit mag hy, die zoo veel angst uitftond,
zelf verhalen.
„ De wandelende man reikte my zyre fnuifdoos toe.
Eene diepe buiging was myn andwoord. Ach! Het
is wel onmaniorlyk, dacht ik, hem te verfmaden. En
ik hief de hand op, om, toe te tasten. Hy had de
doos reeds terug getrokken: maar beleefdlyk reikte
hy
CJ Dl anr^stvolle naniHiag. Eerflc verhad in den derden bun-
del van STARKES Gtmählde sus dem häuslichen Leben.