Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
deBLOODE. 45
vaste voorremen, cm zyn aanzoek te doen. De ou-
ders raden zyn oogmerk, zyn hem vel genegen, en
wachten flechts, dat hy aanvange, om hem alsdan in
zyne bekende bloodigheid te gemoet te komen. Maar
het eene kwartier verloopt na het andere, en hy
neemt affcheid, zonder van iets gerept te hebben. De
dochter licht hem den trap af, en na dat zy dien af-
geklommen zyn, blaast hy de kaars uit, vat het ver-
fchrikte meisje by de hand, zegt; Me ju ff er! Ik hen
van zins, om u te trouwen — en ylt, zonder ee-
nig andwoord af te wachten, de deur uit.
Om te wandelen kiest de bloode zulke paden, waar-
van geen ander mensch gebmik maakt, en waarop hy
derhalve niemand aantreft. Publieke plaatfen zyn hem
een gruwel. En geraakt hy aldaar eens tegen zynen
wil, dan gaat het hem als een nachtuil, die, des
daags, onder een heir van andere vogelen vei-valt.
Hy durft zich niet van den ingang verwyderen, en
groet, met eene verbazende vriendlykheid, zelfs eiken
vreemdeling, dien hy voor de eerfte maal ziet, en die
hem dan, uit hoofde van die onverwachte beleefdheid,
met verwondering befchouwt. Heeft hy eenen vriend
by zich, of vindt hy een vriend onder de aaiw/ezigen,
dan verblydt hy zich hardyk, dringt hem llraks op
het lyf, en verlaat hem veivolgens geen oogenblik
weer, waarheen de ander ook gaan moge. Enkel on-
der zulk een geleide waagt hy zich op de ruimte.
Dus gedraagt de bloode zich onder zyns gelyken.
Men kan dan ligt begrjT^en, welk eene rol hy fpe-
len zal, als hy voor perfonen van hoogen rang, voor
Vorften en Koningen, verfchynen moet. Dan verliest
zelfs hy, die anders, onder lieden van zynen ftand,
juist niet bloode is, dikwyls de noodige gevatheid en
tegenwoordigheid van geest, en volgt onwillekeurig
het fpoor van een bloodaard, van wiens ontmoeting
een beminlyk Hoogduitsch Schryver ons deze treffen-
de