Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
40 keBLOODE.
dat hy alles weet, wat tot een welvoeglyk gedrag
behoort. Maar dit is voor hem flechts dies te erger.
Wajit naauwlyks heeft zyne bloodigheid hem tot eeni-
ge Ichennis der weh oeglykheid vei-voerd, of hy ge-
voelt het ook reeds. En dit gevoel verwekt fchaam-
te en verwarring, en brengt htm geheel van zyn
ftuk. Hy begaat geftadig meer misflagen, hoe ang-
ftiger hy dezelven zoekt te \ermyden. Als een wel-
gemanierd jong mensch van een onberisplyk gedrag,
heeft hy toegang tot de beste geztlfcbappen; evenwel
bezoekt hv dezelven niet, dan wanneer een vertrouw-
de vriend hem, als met.geweld, daartce dwingt. El-
ke gewone beleefdheid, die hem daar bewezen wordt,
brengt hem in zulk eene verlegenheid, dat hy uit
overgrootte erkendtenis daarvoor, of een belachlyk
tegenkomplinient maakt, of de verfcbuldigde beand-
woorJing geheel vergeet. De bediende reikt hem,
by voorbeeld, een ftoel aan; hy bedankt denzelven,
onder herhaalde buigingen, allerbeleefdst, en zegt,
dat het hem fpyt, dat hy hem zoo vec;l moeite ver-
oorzaakt. Oogenbliklyk bezint hy zich, dat dit kom-
pliment averegts gebruikt is. Hy vennoedt, niet zon-
der grond, dat de bediende het buiten aan zyne kame-
raden verhalen, en men zich aldaar met hem vemakcn
zal. TerwU deze gedachten hem ven ntrusten, merkt
hy niet, dat de vrouw van den huize zel\e hem een
kop koffy brengt. In plaats \an op te ryzen, en het
haar af te remen, blyft hy ftyf op zynen ftoel zit-
ten, en ontvangt het uit bare handen, niet anders,
dan al? of eene huishoudfter het hem aanreikte. De
ontdekking van deze ongemanierdheid maakt hem op
nieuw misnoegd op zich zelvcn, en ftoit hem in ee-
ne nieuwe vei-warrir.g. Het gezelfchap wordt dit ge-
waar, en heeft medelyden met hem. Men vermoeit
zich, om hem op te beuren, hem driester te maken,
hem eenige woorden af te dwingen. Maar vergeefs!
Naauwlyks kan hy met /a, of neen, andwoorden.
En