Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BL00DJ5.
39
plaats van zich by eenen makker te voegen. En het
wordt niet vrolyk, voor dat het de deur van zyn huis
bereikt heeft. Gaat het, met zyne ouderen, wande-
len , en ontmoet het alsdan eenige lieden, hoe zeer
het ook bekenden mogen wezen, dan kmipt het ach-
ter zyne ouders, of draait, ten minfte, zyn aangezigt
weg, om niet gezien te worden. Te huis heeft het
den moed niet, om in eene kamer te gaan, als het
van buiten een vreemden daarin hoort fpreken; liever
blyft het, in den koudften winter, op de achterplaats,
of verbergt zich zoo lang in een koud vern-ek.
Wast het kind op tot een knaap en jongeling, en
legt het de bloodigheid niet af, dan worden de ge-
vallen meenigvuldiger , waarin . het, door deszelfs
menichen vrees , in den pynlykften toeftahd wordt ge-
bragt. Want nu kan het den omgang en de verkee-
ring met anderen minder, dan voorheen , vermyden.
Welk een handwerk, welk eene kurst, of weten-
fchap, de jongehng ook leeren mag; hoe zeer hy
zich ook gedurig, binren den engen kring van zyne
iamiüe, terug houden mag; hy moet zich toch dik-
wyls buiten dien kring, welke de eenige behaaglyke
voor hem is, begeven. Deels wordt hy daartoe, door
dringende reden genoodzaakt, deels door bezigheden,
defls door de voorfchriften van welgemanierdheid,
voor zoo veel hy dezelven kent. Hy moet eene bood-
fchap verrigten: hy moet zich eenen Heer, van wien
zyn geheele geluk afhangt, perfoonlyk aanbevelen;
hy moet, ingevolge eener uitnoodiging, die hy, zon-
der onbeleefdheid, niet afflaan kon, op een gastmaal
verfchynen; in al deze gevallen zal hy zich zoo lomp
gedragen, dat hy liet voorkomen van een fimpelen,
by aldien niet zelfs dat van een ongefiepenen, bekomt.
En hy is evenwel geen van beiden. Hem ontbreekt
geen gezond verftand. En zyn ftil en ingetogen leven
leidde hem op, om fmaak in het lezen van goede
t>ceken te vinden, waardoor hy zich zoo vormde,
■ C 4