Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
38 D E B L O O D E.
hy belachlyk, en brengt, door ^ al te fchroomval-
k"g gedrag, zich zeiven, ja dikwyls ook anderen,
merklyk in verlegenheid.
Ook dit gebrek ontfpniit uit de eerfte opvoeding,
en vindt gemeenlyk plaats by kinderen, die van allen
omgang met anderen afgehouden worden, uit hoofde
van het welgemeende oogmerk, om hen voor verlei-
ding te beveihgen. Armoede, met eene anders edele
denkwyze verbonden , als ook een verblyf en ftand,
waar door iemand van de ongedwongene manieren van
. befchaafde lieden onkundig gehouden wordt, maken
zelfs den volwasfenen bloode. Kleinfteedfche bloo^
digheid is daarom een fpreekwoord geworden. Even-
wel treft men, in groote fteden, ook wel bloode men-
fchen aan; naar dien gezegde omftandigheden, eene
angftige opvoeding, een gezonken vermogen, en af-
zondering van den omgang 'met de befchaafde we-
reld ; daar zelfs, in vele huisgezinnen, het gevoel
van eigaie waarde, dat de mensch noodig heeft, on-
derdrukken.
Het bloode kind fchuuwt ieder gezelfchap, en
ontvlugt eiken vreemden,' die zich in huis laat zien,
tot zyne moeder, of zyr^e minne. Is er een gast aan-
gekomen, die toch ook de kleene familie zien wil,
dan heeft men veel moeite, om zulk een kind voor
hem te doen verfchynen, en gemeenlyk ftaat het dan
daar, fidderende en weenence, zonder eene fyllabe
op eene gedane vraag te andwoorden. Zelfs vertrouwt
liet zich niet, om met andere kinderen om te gaan.
Het is ftom, en laat zich geheel niet met hen in, als
het eens in hun gezelfchap geraakt, maar houdt zich
befterdig aan zyne moeder, en zusters, of broeders.
Met eenen angst, als of het naar zynen dood ging,
laat het zich de eerfte reis naar fchool brengen. En
daar kan het een jaar lang zitten, zonder een woord
met zyne medefcholicren gefprolcen te hebben. Als
de fchool uitgaat, loopt het gansch alleen voord, in
plaats