Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE MORSIGE. 27
hy al riet verkiest, om het met beide handen van
een te fcheuren. Ook knaagt hy, naar den aard van
zekere bekende dieren , geem aan de khiifjes. Van
moes , falade, en diergelyke fpys , fteekt hy zul-
ke groote hoopen in den mond , dat hy de vingers
gebruiken moet, om het er geheel in te floppen. O-
verigens vindt hy geene zwarigheid, om eene beet,
die heet of te groot was , of hem buitendien niet be-
haagt, wederom op het bord te laten vallen. Eer hy
drinkt, wischt hy zich de lippen en handen, die van
vet glinfteren , niet af, noch flokt hy de fpys bin-
nen , met welke te kaauwen hy juist bezig is, en
waar van hem , diesvolgends , ligriyk iets in de ver-
keerde keel komt. Nu moet hy vreeslyk hoesten.
En dit doet hy , zonder een doek voor den mond te
houden , zoo dat de genen, die naby hem zitten, er
flecht af komen. — Hy zelf weet van geene de minfte
viesheid in eten en drinken. Womftelcig ooft zendt
hy gaaf naar binnen, zonder het uit te Ihyden. En
zyn boterham, eet hy, als dezelve op den grond valt,
met al het zand op, dat daaraan zitten mag. Hoe
vuil het vaatwerk er ook uitziet, hy fpyst er even-
wel met appetj't van. En hy drinkt uit een glas, al
is het ook, in agt dagen , niet gefpeeld. Wordt er,
juist een van zyne lieffte geregten gegeten , dan ont-
ziet hy zich niet, om, by het einde van den maal-
tyd , de overblyfzelen , van de borden zyner nabu-
ren , by een te fchrappen; Nog lang naderhand ver-
raden vest en opflagen, wat hy gegeten heeft. Zyn
algemeene reinigingsmiddel , waarmee hy oogenblik-
lyk gereed is , als men hem herinnert, dat hy hier
of daar eene vlek moet afwisfchen , is zyn fpeekfel.
Van hetzelfde middel bedient hy zich ook by ande-
ren. Want hy is fomwylen dienstvaardig genoeg, om
aan anderen te willen doen, wat hy niet geem aan
zich zeiven doet. Houd ftil ^ Grietje! roept hy
eene bekende toe: gy hebt u in uw aangezigt zwart