Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
i« • de m 0 r s i g e.
kruipt hy rond. Hy loopt over misthoopen en door
het diepfte flyk, en treedt daarop, met bemorste
voeten, in eene fchoon geboende kamer. Gelyk als
hy de verontreiniging van zyn eigen perfoon niet acht,
ja naauwlyks merkt, zoo bekommert hy zich ook
niet, of hy anderen bezoedelt, en op alles , wat
hy aanroert, de fporen van zyne vingers achterlaat.
Hy kan geen énkelen regel fchi^'ven, zonder daarby
een paar kladden pp tafel en papier te maken. Die
aan zyne regterhand naast hem zit mag zich wel in
acht nemen, want de zorglooze fmeerlap zal gewislyk
de pen op hem uitvegen, als hy ophoudt van fchry-
ven , of hy zal zyne , met inkt befmeerde , vingers
aan des anders kleed afwisfchen , misfchien niet op-
zetlyk , of uit vermaak in des anders verdriet , maar
uit gedachteloosheid. Het heeft nogthands eenigen
fchyn , dat hy , over het algemeen, geene zuivere
dingen regt lyden mag, dewyl hy ze aanfl:onds be-
morst , als hy flechts gelegenheid daartoe vindt. Hy
befchildert, by voorbeeld, tafels, wanden, en boe-
ken , zoo wel van hem zeiven, als van anderen, zoo
by dezen in handen krygen kan. Verrascht men hem
daai'by, en berispt men hem, dan wischt hy het
fchildery gezwind met den mouw van zyn rok uit,
en maakt het kwaad daardoor dies te erger. De plaats,
waar hy gezeten heeft, herkent men fpoedig aan mee-
nigerlei vuiligheid, die hy zonder fchroom om zich
heen wer^it.
Allervvalglykst en onbetaamlykst gedraagt hy zich
aan tafel. Mes en york heeft hy niet noodig. En hy
zou de foep zelfs liever uitflurpen, dan daarby, als
hy alleen at, een lepel gebruiken. Intusfchen verhin-
dert zelfs het gebioiik van een lepel niet, dat zyn
baard , en het fervet, welk hem opgedrongen wor-
den moet, druipnat wordt. Het vleesch houdt hy
met de vingers der linkerhand, terwyl hy het met
het mes, in de regterhand , in ftukken fnydt, indien
hy