Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE MORSIGE.
25
in eene fmullige graauwe veranderd is , flodderen om
de beenen, De beflykte ichoenen zyn van achteren
overgelopen , en zelden behoorlyk toegegespt.
Met dien opfchik ftemt ook het iiiterlyke van zyn
ligchaam overeen. De ongekamde haren zitten vol ve-
ren, en hangen hem verward om den kop. Aangezigt
en handen zyn ongewasfchen , en de nagels ten min-
fte in geene vier weken gefneden.
Zoo loopt zulk een knaap daar heen , zonder zich
te fchamen, offchoon hy dies .vege de fchei-pfte be-
jispingen honren moet, en zonder zich te verbeteren,
vat zyne ouders , en allen , die over hem gefteld zyn ,
daarvap ook mogen zeggen. Al dreigen zy, hem het
aangezigt met een borftel af te fchrobben, hem de
nagels af te vylen, hem het haar met een yzeren ros-
kam uit te kammen, hy doet het evenwel niet van
zelf, maar laat het op de vervulling der bedreigin-
gen aankomen. De traagheid is by hem ono\'erwinlyk.
En zyne onverfchilliglieiJ voor zindelykheid en orde
is , door eene lange gewoonte, zoo diep ingewor-
teld , dat zy tot eene tweede nauiur fchynt te zyn
geworden. Hy gevoelt het in het geheel niet wan-
neer hy zich bemorst, en flaat geen acht op eene
plaats of omftandigheid , die zyne klecderen bederven
kan. Al is eene zitplaats versch, met inkt of iets
derge'yks, befproeid, hy gaat er evenwel op zit-
ten. Daar ftaat een paal rondom nat van olyverf, in
■welks nabyheid hy fpeelt; en , daar hy zich wat
uitrusten wil, leunt hy , zonder bedenktn, met den
rug daar tegen. Dat een wagen , die digt aan zyn
lyf voorby rolt, hem met flyk befpiengen zal, weet
hy niet, voor dat het gefchied is , juist, om dat
het hem zoo onverfchillig is , of hy bemorst wordt,
laat hy zich, door zyne kameraden, enkel uit korts-
wyl overal heen zenden, waar geen ordelyk mensch,
zonder noodzaak, gaan zal, In alle hoeken en gaten
B 5 knn'pt