Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
M DE GEMAAKTE.
van ontroering ontglipt haar. Zy zou met al de def-
tigheid van eene toneelfpeelfter in onmagt neerzygen»
wanneer alles niet toeliep , om haar te houden. Men
vraagt: wat haar deert ? ^ch ! roept zy met ee-
ne zwakke flem: ziet gy dat affchuuwlyke dier
niet P Men zoekt, en vindt een — fpinnetje, dat
by haar kleed opkruipt.
Over het geheel is zy zeer fchrikachtig, en ligt
ontfteld, of wil zy dit ten minfte fchynen, zy denkt,
dat eene vrouw geen moed betoonen mag, en ver-
baast zich, wanneer er eenige moedige daad van ee-
ne vi'ouw verhaald wordt. Rydt zy eens uit, en be-
ginnen de paarden wat fterk te loopen, dan roept zy
aanftonds den koetfier toe , dat hy hen toch houde ,
op dat zy riet hollen. Zoo haast het rytuig flechts
een weinig fcheef haiigt, is zy in doods angst, en
houdt zici aan haren nabuur vast, ja nypt hem zelfs
van vrees in den arm. Op het water is zy geheel
ftom van benaauvvdheid. Somtyds alleen, wanneer het
vaartuig een weinig over zyde zakt, fchreeuwt zy
luid;;eels.
Alles zoekt zy met de meeste fierlykheid te verrig-
ten. Aan tafel vat zy mes , vork , en lepel, flechts
met twee vingers aan , terwyl de anderen fraai gebo-
gen daar boven uitfteken, Zy zet den mond maar e-
ven aan het glas; want een ordelyken dronk te doen,
dit zou zy, al had zy ook nog zoo veel dorst, veel
te gemeen rekenen, R^et eene onnavolgbare bevallig-
heid , prefcriteert zy een bord, en vult zy een glas.
Maar om haar geheel te bewonderen, moet men haar
zien danzen. Die künftige beweging der voeten , die
cirkelvormige zwaai der armen , die zuikerzoete mie-
nen van zelfbehagen, die a+gemetene ligchaamshou-
dirg — wie kan dat naar waarde befchryven?
In V rtrouwlyke vriendfchap leeft zy met niemand.
Zy blyft aityd in hare fti^-ve, jegens een iegelyk e-
ven vriendlyke, gemaaktheid. Want zy denkt flechts
aan