Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
de baldadige.. 15
deze hem, eigenlyk, niet natuurlyk is. Daarom ftapt
hy met zyne Hevels, dat de vloer daarvan davert.
Oogenbliklyk, na dat hy in eene kamer binnen ti'eedt,
werpt hy zich op den eerrten ftoel den besten neder,
met zoo veel geweld, dat de glazen op de tafel rin-
kelen. Hy geeuwt, en Haat daarby, met de holle
hand , op den mond. Perfonen, / die regt hebben ,
om eenige eerbieds - betooning van hem te verwachten,
worden door hem zoo vertroüwlyk behandeld , als of
het zyns gelyken waren. Wydbeens, en met de han-
den in de zyde, of uisfchen den broeksband, gaat
hy voor hen ftaan, en vraagt: PP^el, hoe gaat het?
hoe /iaat het leven Dan weindt hy zich tot een
ander, wien hy eerst voor de tweedemaal van zyn
leven ziet, flaat hy hem vry hard op den fchouder,
cn zegt : dat is braaf, dat gy ook hier zyc !
Met vrouwen maakt hy even weinig omftandigheid.
Hy dringt zich in hai-en kring, met zyne lange ta
bakspyp in de hand, en blaast haar den rook vlak
in het aangezigt, dat zy van hoesten meenen te flik-
ken. Heeft hy eenmaal eenen ftoel in bezit genomen,
hy laat dien niet los, al ziet hy ook, dat eene dame
deswege moer blyven ftaan.
Het baldadigfte gedraagt hy zich op publieke plaat«
fen , in ftcrk bezochte wandeldreven , in tuinen , die
aan het gezellig genoegen zyn toegewyd, in koifyhui-
zen, en in den fchouwburg. Geern gaat hy, met
een talryk gezelfchap van zyns gelyken, uit waiide*
len , om zyne baldadigheden dies te driester te kun-
nen plegen. Dan trekken zy arm in arm op, en ne-
men de ganfche breedte van den weg in, zoo dat elk
die hen tegen komt, moeite heeft, om , langs den
kant, door te dringen, en daarby zelfs nog wel wordt
gellooten cn befchimpt. Want zy w^'ken voor nie-
mand uit den weg, als het hen niet misfchien invalt,
hunne gelederen te opaien, en twee ryen te forme-
ren 5 tusfchen welken men als door de IpitsroeJen lo-
pcii