Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
van ecn,WELLEVEND MAN. 1:49
der te willen laten voorgaan. Aan tafel laat hy zich
niet eeuwig noodigen, om de plaats , die men hem
aanwyst, in te nemen, als hy dezelve misfchien voor.
zich te hoog vindt; maar hy zet zich — Hechts niet
voor dat anderen plaats nemen — daar neder, na dat
hy eenige malen vruchdoos om verfchooning gebeden
heeft. Hy Ichrbomt niet ^ om zich ook aan vreemde
tafels zat te eten ; maar hy wacht zich zeer voor het.
vertoon van eene vraatachtigheid , die zich, van alle
geregten , wel twee- of drie malen laat bedienen. En
even zoo matig is hy ook in liét drinken. Al port
het gezeifchap hem nog zoo zeer aan; hy drinkt niet
meer , dan hy verdragen kan, en onteert zich nim-.
nier door dronkenfchap. Is hy by anderen ten eten,
dan Ichikt hy zich naar het gebruik, dat aldaar plaats
heeft, drinkt,gezondheden, waar men dezelven nog
drinkt, gaat de tafel rond, om de dames, op het
welbekonien van den maaltyd, te kusfen, waar zulks
gebruiklyk is ^ enz. maar wacht zich , om de eerde
te wezen, die zoodanig iets aanvangt, en laat het na,
waar men het niet pleegt te doen.
Ariston is overal, als een aangenaam mensch
in gezelfchappen, -békend en bemind. En ol'ichoon
zj-ne eigene gefprekken van geen aüedaagfchen ftem
pel zyn, en hy dikwyls fyne cn treilende waarnemin-
gen te berde brengt, en eenen zeer goeden trant van
vertellen heeft, heeft hy zich den gezegden lof, nog
meer dan dartr door, verwoi-ven door de heblykheid,
om andéren met üpletteixiheii.1 en vriendlykheid aan te
hooren , cri hen gelegenheid te verfchaïïen , om ook
hun licht te laten fchjnien. Op eene byzonder inne-
mende en verpligtende wj'ze weet hy allerlei kleene
dienden en beleefdheden te betoonen, zonder eenigen
prys daar op te dellen, of grooten dank , daar voor
af te wachten.' Hy loopt niet als een gele , wanneer
hy juist met iemand in eenig gefprek ingewikkeld is,
op eenmaal weg , om ginds aan eene dame, die aan
het andere einde van ecne ka;i:er, of zaal, daat, ee-
K 3 neii