Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
van ecn,WELLEVEND MAN. 1:49
zegt, dat het, in geene veertien dagen , geregend
heeft, al is het flechts agt dagen geleden. En hy
zal zich niet verphgt rekenen, om den ander tegen
te fpreken. Maar hooit zal hy zwygen, wanneer de
goede naam van een onfcluddigen gekrenkt wordt, of
wanneer men begrippen ftaande houdt, die de goede
zeden , cn den godsdienst, ondermynen , eil voor de'
rust van den ftaat gevaarlyk zj-n. Nimmer zal hy om
dubbelzinnigheden , en onbetaamlyke kwinkflagen,
lagchen. Daar over zal hy zyne te onvredenheid te
kennen geven. En hy zal hét voor eene beleedigde
goede zaak, offchoon fleeds met befcheidenheid, op-
vatten , al ware zyn tègenftander ook nog zuk een
voornaam man, en nog zoo zeer in flaat, om hem
eenig nadeel toe te brengen.
Want zoo ver Ihekt zyné gedienftigheid zich niet
uit, dat hy op alles ja zegt. Hy wenscht zich wel
bemind te maken, maar by geene dwazen ; en Ixw-
zen , en door geene lage middelen. Hy rekent het «
reeds op zich zelf, onmooglyk, om alle menfchen
te behageni En hy is ook overmigd van de waarach-
tigheid der fpreuk , dat hy, die aan allen behagen
vvil, onmooglyk altyd aan brave lieden behagen kan.
Nu is dit intusfchen het doel zjoier pogingen. Of-
fchoon hy zich zoo veel als mooglyk wacht. Om nie-
mand te beleedigen ; evenwel zou hy vast, als er
geene andere keus voor hem over bleef ^ dan aan an-
deren te mishagen, of onti-ouw aan de deugd te wor-
den , zonder bedenken het eerfte kiezen, en zyn tyd-
]yk geluk liever in duigen zien Vallen, dan zich in
zyne eigene oogén verachtlyk maken. Hy zoekt daa
ook , door geene vleijeiy, de gunst van anderen te
winnen. Hoe zou hy zich kunnen inbeelden , dat hy
zich , by eenig verftandig mensch , aangenaam zou
kunnen maken , door denzelven iets te zeggen , van
welles onwaarheid hy innig ovemiigd is. Heet dat niet
grootlyks aan des anders verftand twyfelen, of den-
K a zei-