Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
i4<5 afbeelding
eene te onpas komende vraag, dat hy zyne redens
flechts voor een ellendig geklap houdt, dat in het
geheel geene opmerking verdient. Hy zou zelfs een
gekachtig gebabbel geduldig aanhooren , als het de
zedelykheid flechts niet beleedigde, noch eenig mensch
hl deszelfs eer benadeelde.
Over het algemeen begeert hy het woord niet te
■voeren, en onophoudlyk voord te praten ; offchoon
hy bekwamer wezen zou, om een gezelfchap te on-
derhouden , dan vele anderen , die zich zeiven geem
altyd hooren fpreken. Als hy het woord opvat, fpreekt
hy met geene zoo luid fchreeuwende ft:em , als of hy
alle aanwezigen voor doof hield, noch ook zoo zacht,
dat niemand iets daar van verflraat. En even zoo min
dmkt hy, het gene hy beweert, op eene meester-
achtige en beflislènde wyze vjit. Zegsvvyzen, zoo als
de volgenden: het moet een domkop zyn. die daar
aan twyfelen kan! Om dat te gelooven, moet men
alle verftand verloren hebben, enz. hoort mei nim-
mer uit zj'nen mond. Hoe zou hy zoodanig iet5 in
een gezelfchap kunren zeggen? Het was immtrs toch
mooglyk , dat het geen voor hem zoo zonneklarir is,
znlks niet voor allen was. En in welke verlegenheid
zou hy dan niet geraken, als iemand der tegenwoor-
dige lieden dit verklaarde ? Heeft hy intusfchen een-
maal iets beweerd, wat een ander niet toegeven wil,
en waar tegen dezelve zich verklaart, dan zoekt hy
het zelve wel, een tj'd lang, te verdedigen , maar
altyd met befcheidenheid en gelatenheid. Geem zwygt
hy zelf gansch en al flil, en fchynt hy het beweer-
de in te trekken, als hy merkt dat de ander warm
wf)rdt. Hy fchroomt ook niet, om rondborllig eene
dwaling te bekennen , wanneer hy daar van overuiigd
wordt. Zeggen anderen iets , dat hy niet toeflemnien
tan , laat hy pasferen, zoo haast het weinig te pas
komende en onverfchillige onderwerpen betreft. Hy
•zal daai- over ^een harnasch aanti'ekken, als iemand
zegt.