Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
rs* - ö e-■ bezige
vriend blyft. by êenigc dagen , ■ en , • als hy te rög
komt, vindt hy, tot zyne grootfte ontfteldtenis , den
aangevangenen brief van aanzoek op zyne fchrjftafel
liggen. Nu zet hy zich terftond neder, ora denzelven
te voleindigen: maar eer hy nog daaimede vaardig is,
wordt er aan zyne kamerdeur getikt, en treedt de
heer B * * binnen , om hem te melden , dat hy het
ambt, waarom het onzen held te doen was, reeds
verkregen heeft.
Door zulk eene dwaze en onnutte bezigheid maakt
men zich, daar en boven, ook by elk redelyk mensch
belachlyk; want wie moet niet mede lagchen, als
hy den heer zelven bout.hakken , of water dragen ».
en zyne bedienden intusfchen ledig zitten, en hem
liidagchen ziet? Ja die verkeerdheid_kan zelfs aan-
leiding geven , om anderen te beleedigen. Er komt
iemand tot zulk een mensch,. om hem te bezoeken.
Dezen wil hy een glas wyn voorzetten: maar in plaats
van zjTien bedienden daartoe last te geven, ylt hy ,
wanneer de ander naauwlyks binnen gekomen is, met
een kort, tergref my ! ik zal welhaast wederom,
hy n zyn ■' voord loopt, zelf in de kelder, en blyft
daar een half uur, naardien het hera invalt, ora al
de flesfchen te tellen. Als hy nu , na dat zulks af-
gedaan is, uit den kelder komt, hoort hy ongeluk-
kig eenig getier op het erf, en moet hy waarlyk
naar buiten , om te kyken , wat daar toch te doen
is, Eindelyk denkt hy wederom aan zynen gast. Snelt
ïoo veel hy kan, naar de kamer, en vangt reeds
aan , om zich te verontfchuldigen , dat hy zoo lang
weggebleven is, maar bemerkt, dat niemand meer
daar is. Pe vreemde» die niet geweten had, wat hy
dè::kf.n moest, is, na een lang vergeefsch afwach-
ten op zyne terug komst', ten laatfte henen gegaan.
En wat is nu raniurlyker, dan dat hy hem houdt voor
een mensch zonder eenige wellevendheid , met wien
men zich niet inlati^ moet*
. . Voor