Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
L E D I G L O O P E R. 133
en heen loopt, zonder eene deur te fluiten. Hy wil,
naamlyk, eiken arbeid, zoo haast hy daar aan denkt,
oók terft:ond volvoeren. En in de daad vai:gt hy haar,
zonder omftandigheid aan, al is hy met geheel iets
anders bezig; maar even zoo fiiel verlaat hy den aan-
gevangen arbeid weer, dewyl hem plotslings iets an-
ders invalt. Want dit begrypt hy in het geheel maarniet,
dat het eene werk gewigtiger zy, dan het andere,
en daarom eerder, en voor alle andere dingen, vol-
eindigd worden, moet. Hy arbeidt enkél in opvolging
van zyne luimen, en laat de gewigti^fte bezigheid ,
waarvan misfchien zyn geheele toekömlli^e géliA af-
hangt, om den wil van een .gekken inval liggen ^'ver-
geet haar gansch en al, en dënkt er niet weer aan ,
voor dat het te laat is. Hy zocht een ambt te ver-
werven, en misfchien ware dit hem gelukt; offchoon
het niet raadzaam is, aan zoodanig een mensch een
ambt toe te vertrouwen; want als predikant zal hy
bloemist willen zjm; als regtsgeleerde een kabinet \sn
namurlyke zeldzaamheden aanleggen ; als geneesheer
verzen maken en romans opftellen; en als fchoolon-
derwyzer zich meer om het opkweeken van dieren ,
van honden, en paarden, dan om de opvoeding en
het onderwys van kinderen, bekommeren — misfchien,
zeg ik, had hy het begeerde ambt evenwel verwor-
ven , zoo hy niet, juist toen hy er om verzoeken
wilde, bedacht had, dat zyne fchoone paauwdui-
ven, juist op dien dag, jongen krygen moesten. Zich
dit herinnerende fpringt hy plotsling op, loopt naar
het duivenhok, en bekykt de nesten. Daar komt hen*
wederom de tuin in gedachten; terftond ylt hy. daar
heen, en begint zelfs wel de paden, die met on-i
kruid bewasfen zyn , te fchofTelen. Dan ftygt hy te
paard, en gaat uit hoofde van het fchoone weder ,
uit wandelryden. Onverhoeds bevindt hy zich op ee-
nen weg , die naar A * loopt, alwaar zyn goede
vriend R ♦ * woont;. Daar heneu rydt hy, by dien
I 5 vriend