Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
i2<5 ,»e v e r s t r o o ^t) e.
-fclioorfteen komt Imiipen, en hem toch eindelyk door
het geraas , dat hy maakt, zyne komst doet mer-
ken , op zyne vraag: wat hy hebben moet ? And-
•woordt, dat hy vernemen wil, of hy geen bedien-
den noodig heeft. Hy hervat met de volkomenfte ge-
latenheid , neen! en laat den genen, die de ver-
keerde deur ingekomen is, gemstlyk wederom daar
uit kruipen. Hy heeft zich eene fchryftafel laten ma-
ken. Na dat nu de fchrynwerker, die dezelve ge-
bragt heeft, wederom vertrokken is, roept hy zynen
bedienden binnen, en zweert dat de tafel voor hem te
hoog is, het gene de ander waarlyk toegeven moet,
daar het heerfchap plat op den grond zit.
Zyn uiterlyke , en zyne kleeding, is fteeds onor-
delyk , en niet by een voegende. Niet zelden heeft
hy rweederlei koulén aan , waar van de eene bontge-
ftreept en de andere graauw is. Insgelyks draagt hy
wel eens , aan den eenen voet, een fchoen met eene
gesp , en" aan den anderen een fchoen met banden.
Zyn rok en vest zyn niet behoorlyk toegeknoopt.
Steeds blyft er, boven of beneden , een knoop ove-
rig, waar voor geen knoopsgat meer te vinden is. Ie-
mand laat hem by zich roepen. Hy fnelt oogenblik-
lyk daar henen , dewyl de zaak dringende is. On-
derweg wordt hy gegroet. Nu wil hy toch wederom
groeten. Hy grypt, en grypt —niets, dan zyn hoofd.
Den hoed heeft hy te huis gelaten. En te gelyk voelt
hy , tot nog grooter ontfteltenis voor hem , de papil-
jotten nog in zyne haren fteken.
Ja niet flechts, wanneer hy geheel alleen en aan
zich zeiven overgelaten is, maar ook in gezelfchap-
pen , zyn zjme gedachten fteeds afwezig. Hy hoort
niet, waar van geiproken wordt, en neemt er in het
geheel geen deel aan. Wordt hy eens door eenige
vraag in zyne droomeryen geftoord, dan geeft hy een
verkeerd andwoord, dat geenszins op de vraag past.
Iemand meldt hem, dat hy verloofd is, en wordt door
on-