Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
G Z H' E i M: V Ö VL^-E^ ti%
TDaar en boven zyn zyne verbrtlen zeer dikwyls gansch
en al, of ten minfte gedeeltelyk , verdicht; wet
niet door hem zeiven ; want daartoe heeft hy , in ds
daad , geen verftand genoeg ; maar anderen fcheppe»
dikwj'ls vermaak, om hem iets op den mouw tefpel-
den. Gefchiedt dit flechts met eenigen fchym van ernst
en vertrouwt m,en het hem als eefi geheim toe, dan
valt hen geen de minfte twyfel in, Hy geeft het ont-
vangene voor de zuiverfte waarheid uit» Want ligtge-
k)ovig is hy , zoo goed , als iemand.
Intusfchen moet men zyne openhartigheid voor geea
byzonder bewys van genegenheid en vriendfchap hou.
den. Hy ontdekt zyne geheimen aan den eerften den
besten ; en niet flechts aan een mensch , maar aai^
zoo velen , als hy het geluk heeft te zien en te fpre-
ken. Want hy wil anderen niet flechts overreden, dat
hy geheimen, weet; hy wil hén ook daarvan overtui-
gen, door hen dezelven te openbaren. Enkel voor an-
deren, om hen aan anderen ten beste te geven, weet
hy ze. En hy is niet eigenzelvig genoeg, om ze voor
zyn perfoon alleen te behouden. Dat hy nu zoo vele
dingen, die hy zeer wel overluid zou mogen zeggen,
zoo geheim behandelt, dit laat zich , even al» zyn
ganfche karakter, enkel uit eene foort van hoogmoed
en ydelheid verklaien. Hy had geern ook eenig aan-
zien by anderen. Doch dit kan hy, door zyn alle-
daagsch verftand , en door zyne naauwlyks middelma-
tige talenten, waarlyk niet verkiygen. Hy zoekt,
derhalve, door een uiterlyken fchyn te vergoeden ,
het geen hem aan innerlyke wezenlyke waarde ont- •
breekt. En om de naaktheid zyner niets beduidend-
heid zoo veel mooglyk te bedekken, heeft hy het
middel verzonnen, om alles , wat hy toevallig , of
wel door allerlei navorfchingen, vernomen , of wat
men hem voor gelogen heeft, vrederom te vertellen
als geheimen, die hem, door aanzienlyke perfonen,
zyn toevertrouwd. Daarom fpreekt hy ook het lieffte
van