Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
123 de GEHEIMVOLLE,.
verhaalt. En ftof ontbi-eekt hem zelden. — De geheim-
volle fpreekt altyd zachtjes. Want alles, wat hy zegt,
zyn geheimen, of worden dwr hem Jaarvoor uitge.
geven ; en hoe kan men gelieimen overluid verkon-
digen ? ■ . ■
Zoo haast hy in een gezelfchap verfchynt, merkt
men aan hem , da£ hy iets op het hart ligeft , waar-
van hy geem beviyd was. Oneindig verblydt hy zich
nu, als iemand hem vraagt, naar dezen en genea-
verneemt, en geem fchynt te willen weten, wat hem
op het hart ligt. Hoogst verftoord en misnoegd maakt
het hem, daar en tegen , als niemand eenig verlan-
gen betuigt, ora een of andei- berigt uit zynen mond
te ontvangen. Dan moet hy , helaas 1 wel befluiten ,
om zjme geheimen van zelf en ongevergd te ontdek;
ken , waar by hy zich dan het aanzien van een maa
van gewigt zoo niet geven kan. Vraagt men hem in^
tugfchen naar een geheim , voor dat hy het van zelf
openbaart; dan verkrygt men deszelfs ontdekking zoo
gemaklyk niet; dan maakt hy veel omftandigheid,
verzekert, dat het hem, onder het zegel van liet ge-
moedlykfte ftilzwygen, toevertrouwd is , en hy het
niet mag, voord vertellen. Intusfchen wil hy het aai^
u , als eeft byzonder goed Vriend , wel mededeelen;
want hy hoopt, en dit moet gy hem op het plegtig-
fte beloven , dat gy het aan geen mensch ven'adeh
zult. Eerst na deze -voorbereiding verneemt gy alles-^
wat hy weet, dat is gemeenlyk niets van eenig
aanbelang.
Want, indien gy hoopt, een wezenlyk gewigtig,
of ten minfte belangryk , berigt te hooren , dan zyt
gy vreeslyk bedrogen. Het geen hy weet en verhaalt,
zyn doorgaands de laffte en gekfte historietjes, die
reeds aan de halve ftad bekend zja. — dingen, waar-
in byna niemand eenig belang ftellen kan, die voor
elk redelyk mensch, hoogst onverfchillig zyn, en
naauwlyks voor tydvcrdryf by een fpinnevviel deugen.
Daar