Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
B ï KLAPPER. 117
te lierhalei. Het is hem niet te laag, als hy juist
niets anders weet, over de deugden en ondeugden zy-
ner knechten en meiden uit te weiden, en derzelver
geklappen na te fpreken. En dat al'es haspelt hy met
de grootfte vlugheid van tong af, zonder een oogen-
blik ftil te houden , om zich te bedenken. Ily ftot-
tert nooit. Nooit ontbreken hem de behoorlyke uit'
drukkingen. Zelden verfpreekt hy zich.
Voor en boven alles is zyn waarde IK het onder-
werp van zyn onderhoud. Zeer wel vei-ftaat hy de
-kunst, om fteeds daarop te laig te komen. Hy pleegt
daarmede niet zoo'- te handelen ; maar het zoo
en zoo aan te vangen. Het was hem ook eenmaal
zoo gegaan, enz. En het gene nu een ander, in-
dien hy daarvan gewaagd had, met twee of drie woor-
den zou hebben gezegd; daarover babbelt liy wel een
half uur. Hierby is hy verbazend openhartig , meer,
dan redelyk en raadzaam is. En men behoeft flechts
een korten omgang met hem te houden, om reeds al
zyne omftandigheden, en de merkwuardigfte voorval-
len van zyn leven, te weten, en van zyne geheele
familie zulke naauwkeurige befcheiden in te zamelen,
als of men, federt jaren , in verbindtcnis met haar
geftaan had. Natuurlyk moet men dan veel meJe aan.
hooren, dat voor elk ander mensch zeer onverfchilig
en langwylig is. En zulks, daar en boven, nog meer
dan eenmaal. Want zyn geheugen is op een en den-
zelfden tyd zoo zwak , dat hy vergeet, wat hy ons
reeds verhaald heeft, en zoo fterk , dat hy het fteeds»
bykans met dezelfde woorden, wederom herhaalt.
Hy voert altyd in gezelfchappen, zoo als men pleegt
te zeggen, het hoogfte woord, en Iaat dit niet geen)
over aan anderen. Voert iemand het zelve reeds in een
gezelfchap, wanneer onze klapper daar verfchynt,
dan is deze onbeleefd genoeg, om den ander in de
rede te vallen, en alle fpraak aan zich te trekken. En
is hy eenmaal in h« bezit daarvan, dan vait het zwaar,
H 3 feem