Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
» E N I E U W S G I E R I G E, 113
om zyne nieuwsgierigheid te bevredigen. Hy lokt de
dienstboden van anderen tot zich, en geeft hen lleck-
penningen , ten einde zy hem alles aanbrengen , wat
te hunnent voorv-alt; of hy vraagt de kinderen van
die lieden uit, het gene, uit hoofde van de klap-
achtigheid en onvoorzigtigheid der jeugd, geniaklyk
genoeg is. Hy opent brieven; die men hem te beltel-
len gaf, of welken hy ook , nog langs afldere we-
gen , weet magtig te worden.. ,
Als hy in een huis komt, bekykt hy alles , voor
"il waar hy nog nooit geweest is, op het naauwkcu-
rigflfe. Men moet het niet^^agen , om hem alleen in
eene kamer te laten. Als hy zich tegen verrasfing be-
veiligd rekent, is hy in ftaat, oin tafelladen en bu-
reaux te openen, alle kasfen te doorzoeken, en brie-
ven, en rekeningen, dié hy aldaar vindt, door te fnuf-
felèn. Alles betast hy met zyne handen. Elk boek.,
dat hy liggen ziet, moet hy openflaan , om den ti-
tel te bekyken. In alle hoeken van het huis kruipt
hy rond, en keukens en kelders zyn voor hem niet
veilig. Zyne nieuwsgierigheid maakt hem dikwyls on-
befchaamd. Want als iemand iets aan een gezelfchap
vertoonen wil, heeft hy het geem het eerftc in dc
handen. En niet zelden ftrekt hy dezen ook daar naar
uit, ja mkt hy het zelfs wel met geweld weg. Waar
flechts éene deur geopend wordt, daar fnelt hy aan-
ftonds henen, om de kamer of kas te bezien : doch
iiiet zelden ontvangt hy daar by ook meenigen harden
ftoot, tot loon voor zyne nieuwsgierigheid. DezeKx;
maakt hefn oók fnoepachtig. Want hy wist geem,
hoe dit en dat fmaakt. Dit bekomt hem, intusfchen,
ook niet zelden flecht genoeg , daar zoo m.eenige
fpotvogel vermaak vindt, om hem een poets te fpelen.
Hy is de levendige kronyk der ganfthe ftad. Hy
kent naauwkeurig alle Emilien van ouders tot ouders,
en kan u zeggen , wie die of die geweest zyn, wel-
ke vrouwen zy gehad hebben, en hoe naauw die eii
H die