Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BYGELOOVIGE. 109
uiti Dat verwenschte Noorderlicht! Ik dacht aan.
fionds, dat er een ongeluk voorvallen zou. Voor-
naamlyk behaagt hem het fpreekwoord. De nacht is
geens menjchen vriend. Des nachts verlaat hy zyn
huis, ja zyne kamer zelfs niet. En al bood men
hem ook alle fchatten der wereld, hy zou, op het
geesten-uur, niet alleen blyven waken, of voorby
een kerkhof gaan.
Ondanks al zyne vreesachtigheid hoort hy even-
wel gaam van geesten fprekèn, en fpookMstorien
verhalen. Ja, hoe yslyker dezen zyn, dies te aan-
genamer zyn zy hem bykans. Hy ftaat daarby wel
den grootften angst uit, zoo dat hem dikwyls de
haren op het hoofd te berge ryzen: maar hy ver-
langt evenwel nog fteeds al meer daarvan te hooren.
Zelf weet hy allerlei diergelyke vertelfelen. En hy
geeft dezelven geem ten beste, aangezien hy daar-
door ongeloovigen hoopt te bekeeren. Want hy laat
zich zynen waan niet ontpraten. Hoe dikwyls men
hem ook onder het oog brengen moge, dat een en
ander geval allerklaarblyklyks enkel bedrog en ver-
digtfel was, en hoe zeer hy ook die gevallen fom-
wylen opgeven moge; hy voert intusfchen, daarte-
gen, terftond tien andere voorbeelden aan, en tri-
umfeert, dew^l men niet in ftaat is, om aan dezel-
ven eene natuurlyke oplosfing te geven: het gene
men waarlyk niet alryd doen kan, om dat men te
weinig Van de omftandigheden weet. Hoe men hem
cok moge trachten te verlichten, door fpot, en
ernst; het is vruchtloos. De eenige belooning
van zulk eene onderneming is, dat de bygeloovige
den ander voor eenen vrygeest of zelfs voor een
Godverzaker, houdt, en hem ook wel eens, by an-
deren, daarvoor uitkrj't.
Zoo denkt en handelt de bygeloovige. En daar-
door maakt hy zich , by elk redelyk mensch, be-
lachlyk. Men kan met hem niets aanvangen en uit-