Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE BYGELOOVIGE. 107
verfchynfelen hebben voor hem niets ongewoons. Hy
heeft \ urige draken door de hicht zien vhegen, en
heirlegers met eikanderen aan den hemel zien ftryden.
Voor eenige jaren zag hy eens geld branden, en ge-
lukkiger wyze trof hy tevens een man aan, die hem
den Icliat wilde helpen wegdragen. Ja hy had den
vreeslyken hond . die denzelven bewaakte, ook reeds
den mond gcftopt, toen een kreet, welke hem ont-
glipte , daar hy de ontzaglyke meenigte gouds over-
zag , den gelxelen fchat w ederom deed verdwynen.
By hem heelt alles, wat er voorvalt, de eene of
andere becuidenis. Wanreer eene tafel of ander fchrjTi-
werk eens kraakt; wanneer de kopjes knappen; wan-
neer eene deur eens , niet wel gefloten zynde, zich
wederom opent; zoo ontftaat dit uit geene natuurly-
ke oorzaken. Dat alles is een voorfpook, welk Ijjoe-
dig bewaarl.eid worden zal. Als het maar niets treu-
rigs voorfpeh! Onlangs rusten de dragers van een lyk
juist \oor zyn huis. En gisteren bevond hy zich on-
gelukkig in een ge?elfi:hap van dertien perfonen aan
tafel. Ook heeft, in den jongften nacht, zyn hond onder
zyn venfter jammerlyk gehuild, en eene weeklagt aan-
geheven. Ihands . zegt hy , /preekt vast iemand
kwaad van my ; want myn linker oor mischt ge»
weldig. Ik zal /poedig iets nieuws vernemen. Myn
kleene vinger jeukt my , als of ik er den winter
aan had, U zal een groot geluk bejegenen; roept
hy aan een perfoon uit het gezelfchap toe: want er
loopt eene /pin over uw kleed! Maar vooral weet
hy , als iets reeds gefchied is, vooiteekenen aan te
voeren, die hem het gebeurde reeds lang vooraf aan-
kondigden. Het was een ßecht teeken , zegt hy ,
na dat iemand geftorven is, dat het kopje, waar
uit hy innemen wilde, gansch van zelf brakf
en ik dacht aunflonds reeds, dat het zoo afloom
pen zou.
Byzonder gewigtig zyn voor hem, in dit opzigt,
zy-