Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
■ ^
loa DB LIGTGELOOVIGE^

niet llapen, en, op zyne beurt, fpelen moest, en
fc!lenen gansch verwonderd, dat hy zeide, niet te
kunnen zien. Koitom, zy konden het niet anders uit-
leggen , dan dat hy plotsling blind moest zyn ge-
worden, be'ilaagden hem hartiyk, en bragten hem
te bed, waar hy onder wtenen en zuchten eenen
hangen nacht Heet, en niet, voor het aanbreken van
den dag, van zynen waan ontheven werd.
Die nu zoo ligtgeloovig is, moet vast een goed
deel eenvoudigheid bezitten, en is dienvolj-'cnds be-
zwaarlyk te helpen. Maar er is nog eene andere
foort van eenvoudigheid, die men meerendeels, flechts
by jonge menfchen, vindt, en weke, uit onervaren-
heid, en gebrek aan wereld- en menfchen-kennis ,
voordfpruit. Van deze ligtgeloovigheid zyn goede
menfchen gemeenlyk bo\en anderen voorzien; al ont-
breekt het hen anders zelfs aan geen verftand. Zy
vertrouwen alle menfchen, dat is, verlaten zich op
hun viierdlyk gelaat en hurne vriendfchapsbeniigin-
gen, rekenen zich gelukkig, daar zy zulke voor-
treflyk e merfchen hebben leeren kennen, en weten
dezelven naauwlyks genoeg te roemen. Zulk een goed-
hartig ligtgeloovige is jegens anderen zoo openhartig,
als moogly'k. Hy vertrouwt hen al zyne geheimen,
bewyst hen de grootfte dierften, en laat hen met
hem, als in gemocnfchap van goedci-en, leven. Hy
herkent den geveinsden man uit de groote wereld niet,
die zich onder het masker van een vriend van hem
verbergt, en zyne c;perhaitigheid flechts aanneemtj
om raderhai?d, in gezelfchappen, daarmee den fpot
te drnen; nóch den vleijer en tafelfchuimer, die
flechts goede dagen by hem zoekt te hebben; noch
den bedrieger, die hem het zyne poogt te f ntroo-
ven ; roch zynen boosaardigen v'yand, die het voor-
komen van een vriend aanneemt, om zyne zwakheden
te leeren kennen , en hem dan , dies te gewisfer en
fmaitlyker , te benadeelen. Hy is de fpeelbal van al
de-