Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
DE LIGTGELOOVIGE. loi

verbaasdheid aanhoort, en hem eindelyk, met eenen
lach, zegt, dat zyn geboortedag, reeds voor vier
weken, geweest is. Een ander meldt hem, dat hy,
in een of ander huis, genoodigd is, om te Ibuperen,
Nu gaat hy gerust daar henen; offchoon hy de per-
fonen weinig kent. Men is wel verwonderd van hem
daar te zien; maar dit laat men, intusfchen, mis-
fchien uit wellevendheid, niet blyken, hopende, dat
hy fpoedig wec'erom henen gaan zal. Evenwel wykt
en beweegt hy zich niet, al geftadig op den maaltyd
wachtende, tot dat het eindelyk tien, elf, uren flaat,
en hy hongerig affcbeid nemen moet. Zulke poetfen
kan men hem daaglyks fpelen, en hy wordt evenwel
niet wyzer; ja, hy fchenkt zyn venrruwen fteeds
wederorn aan dezelfde menfchen, die hem reeds zoo
hebben om den tuin geleid. Want het kost hen vast
weinig moeite, om verontfchuldigingen, die hy duchr
tig vindt, voor den dag te brengen,
Ja hy laat zich zelfs zaken inpraten, die zyn' eigen
perfoon beti'effen, en evenwel tegen z\n eigen ge-
voel aandiuifchen. Als eenige lieden zamenfpanren,
cn hem voorhouden, dar hy er zoo flecht uitziet,
dat hem gewislyk iets deren moet, zoo verbeeldt hy
zich krank te wezen, gaat te bed liggen, en doet
een Geneesheer roepen. My vindt het , op eenen zo-
merfchen dag, vrj' warm: maar anderen beweren,
dat het koel is, en men zich in acht nemen moet,
om geere koude te vatten; en nu trekt hy, in de
ergfté hitte, zyne wamifte klederen aan. Zoo ver-
haalt men, dat twee lieden eens eenen derden over-
reedden, dat hy blind geworden was, Zy zaten by
een, en fpeelden met hem , des avonds , op de
kaart. Hy viel daarby in flaap. ]En nu fpraken zy
hun ontwerp met eikanderen af. De venfters werden
digt gemaakt. Het licht werd uitgcbluscht. En bei-
den hielden zich, als of zy voordfpeelden, toen hy
ontwaakte. Zy voegden hem toe, dat by togh zoo
G 3 r-ict