Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
BE WINDBUIDEL. 97
die onbarmhartig genoeg zyn, om hem in zyne ver-
maken te ftoren, of devvyl hy fomwylen ook zoo
grof liegt, dat het eene ernftige beftraffing verdient.
Onfeilbaar zal z>Tie teugellooze windbuidelary hem
vervoeren , om heden iets te zeggen en te verhalen,
waarvan hy morgen juist het tegendeel beweert. Brengt
iemand hem nu zulks onder het oog, dan wordt hy
waarlyk zeer befchaamd. Aanvanglyk houdt hy hard-
nekkig vast aan zyne gezegden, tot dat men hepi der-
zelver onniooglykheid allerklaarblyklykst onder het oog
brengt. Dan geeft hy iets toe , vermindert de getal-
len , die hy misfchien bezigde , en erkent, dat hy
het niet, zoo als hy eerst zeide , zelf gezien , maar
het flechts van anderen gehoord, heeft. Wil men zich
nu daarmee nog niet vergenoegen , maar dringt men
al verder op liem aan , zoo kan men hem zeker ein-
delyk de vernederende bekendtenis afdwingen, dathy
een windbuidel is. hitusfcheii zal hy het ten laatfte
voor een grap doen doorgaan. En verbeteren zullen
uwe voorftellingen hem waai'lyk niet. Hy houdt het
in geenen deele voor iets zoo gewigtigs. En, in de
naastvolgende oogenblikken , liegt hy misfchien er-
ger, dan voorheen. Dit alleen kan hem eenigzins be-
fehroomd, en een wéinig voorzigtiger, maken .j als
hy er eenmaal met zyne leugens flecht afkomt, en
zich een merklyk onheil op den hals haalt.
Met beloften is de windbuidel oogenbliklyk gereed.
Welken wensch men ook voordbrengen moge, hy
zal zich terftond aanbieden, om denzelven te bevre-
digen., Wy behoeven ons flechts op hem te verlaten;
liy zal ons dit en dat zeker verfchaflen ; hy zal dit
en dat vast voor ons verrigten ; maar elk , die op
hem vertrouwt,' vindt zich gewislyk te leur gefteld.
Wanneer hy zyne beloften nog naauwlyks gedaan heeft,
zoo heeft hy dezelven reeds vergeten, of denkt hy
ten minfte in geenen deele aan derzelver vervulling.
Hy fchynt bykans te gelooven, dat een iegelyk reeds
G van