Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
96 DE WINDBUIDEL.
te doen wil hebben. 'X^'anneer hy nu eene wedden-
fchap verliest, veinst hy geheel verbaasd en geer-
gerd te wezen , dat anderen hem zoo bedrogen, en
hem zulke logens op den mouw gefpeld hebben.
ZjTi IK is, niet zelden, ook het voonverp van
zyre windbuidelary. Maar dan wordt hy een groot-
fpreker, wiens woorden en daden boven reeds gefchil-
derd zyn. Zamen vereenigd, fchitteren die twee ver-
keerdheden in vollen luister. De hoogmoed van den
grootfpreker, en de vaardighe-d van den windbuidel,
brengen wonderen voord, waarover de geheele wereld
verbaasd ftaan moet. Het is een lust, wanneer men
zulk een mersch zyne avonuiurlyke, en evenwel waar-
achtige ! levensgefchiedenis hoort verhalen. .
Somwylen ontbreekt hem waarlyk zelfs alle ftof tot
logens. En dan doet hy , zoo als een iegelyk , die
niets heeft. Hy gaat heen en borgt; dat is , alle
windbuidelaryen, die hy ergens van anderen gehoord
heeft, volgt en fpreekt hy na. Alle kluchten , die
een Tyl Uilenfpiegel, en andere poetfenmakers van
den ouden en nieuwen tyd, opgegeven hebben , alle
zeldzame voorvallen, die aan hen en anderen bejegend
zyn, verhaalt hy als of zy van bem aflcomftig wa-
ren , als of hy , of een zyner bekenden , ze beleefd
had. Hy laat zich ook niet verbysteren, als men hem
te gemoet voert, dat men die of die gefchiedenis
reeds in de levensbefchryving van dezen of genen, of
in een almanach, gelezen heeft. Het geen hy gezegd
heeft, is , zoo als hy beweert, de waarheid. Het
is mimers zeer wel moogh k, dat twee menfc]-,en juist
dezelfde ontmoeringen hebben, gelyk het onlochen-
baar is, dat dikwyls twee menfchen, ten opzigte
van hun ligchaam, naar eikanderen zweemen, en
dat twee perfonen gelyktydig een en dezelfde gedach-
te hebben..
Dikwyls geraakt hy, met zyne windbuidelary,
Vry wat in het naauw, dewyl men menfchen vindt,
die