Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
BE WINDBUIDEL. 93
betreft het ook dingen, die hem in het geheel niet
raken. De windbiiidel verhaalt meenig ding, dat wel
niet overdreven, maar evenwel gansch en al verdicht,
is. Hy liegt enkel om te liegen. Buiten dien kan
men naauwlyks eenige beweegrede voor zyne windbui-
delary vinden. En het is hoogst bezwaarlyk te be-
grypen, hoe een mensch zulk eene geaartheid verkry-
gen kan. Een aanwenfel, dat van het kleene fteeds
tot het grootere voordkniipt; en eene, voor een dwa-
zen hoogmoed , ftreelende vreugde, dat men ande-
ren zulke poetfen fpeelt: zie daar alles, waar uit
men het gezegde verfchynfel eenigermate verklaren
kan.
De windbuidel opent zynen mond bykans nooit, zon-
der eene onwaarheid te zeggen. Misfchien verandert,
zelfs zonder dat hy het weet, alles by hem in lo-
gens, dewyl hy zich eenmaal zoo zeer daaraan heeft
gewend. Als hy flechts een kleen verhaal, een ge-
ringe anekdote, vertelt, dan verandert hy reeds zoo
vele fimftandigheden, en voegt er zoo vele anderen
by, dat men het oorfpronglyke bykans niet meer her-
kent. Er is eene geheel onbeduidende vechtparty voor-
gevallen , die hy misfchien zelf mede aangezien heeft.
Daarvan maakt hy nu een geweldigen ophef. Vol-
gends hem zyn er ten minfte tien of twintig, die klop
gehad hebbön. Den eenen is de arm , den anderen
het been, aan ftukken geflagen. En een derde is aan
het hoofd gewond. De halve ftad was daarop toege-
loopen, en de biu-gers moesten in de wapenen ko-
men , om de rust te herftellen. Om dit intusfchen te
doen, moest er met den fabel onder worden gefla-
gen, en kregen velen een houw. — Hebt gy reeds
gehoord — vraagt hy by eene andere gelegenheid —
dat er zulk een zv/are brand te A * * geweest is?
Dertig uren ver heeft men de flikkering aan den
hemel kunnen zien. Iwintig huizen , met dcrzel-,
ver fchuren en lootfen, zyn afgebrand» Jln daaf
by