Boekgegevens
Titel: Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Auteur: Funke, Karl Philipp; Bruining, Gerbrand
Uitgave: Zutphen: H.C.A. Thieme, 1804-1805
Opmerking: Vert. van: Sittenspiegel für die Jugend. - 1800
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 355 E 5
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206287
Onderwerp: Pedagogiek: terreinen van opvoeding: overige
Trefwoord: Etiquette, Moraal
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Handboek van welgemanierdheid en zedelykheid, in karakter-schetsen: vooral ten dienste der jongelingschap
Vorige scan Volgende scanScanned page
56 6E ZONDERLING.
flechts van de weinigfte geregten eten, geenerlei ge-
vogelte , geene falade, en in het geheel geene bo-
ter. Hy heeft ook nog meenige byzondere gewoon-
ten en leefregels. Voor het eten iroet hy een glas
water drinken , of hy drinkt over tafel in het gfheel
niet, enz. ; en dan betoogt hy fl;aag uitvoerig, waar-
om het eene goed en het andere fchaadlyk is , en
onderflieunt zyne begrippen met grondfl:ellingen, die
cenen verflandigen geneesheer de haren zouden doen
te berge ryzen.
Gemeenlyk neemt hy geem een meesterachtigen
toon aar , en wenscht hy eenen iegelyk zyne wys-
heid mede te deelen. Meenige kundigheid kan men
hem wel niet betwisten : maar aan den anderen kant
heeft hy wederom zulke zeldzame denkbeelden, dat
men die byna niet met de kundigheid , en het ver-
ftand , welk hy anders toont te bezitten, kan over-
eenbrengen. En ongelukkig komt hy vast in elk ge-
fprek eindelyk tot die denkbeelden te rug. Hy is
een vyai'd van alle fraaije kunften. Hy weet uren
lang , van het nadeel te fpreken, dat zy aan het
rienschdom berokkend hebben , en kan zich niet
genoeg v ewonderen, Voe men nog , in onze ver-
lichte tyden, de onzinnige voorftellirgen der Heiden-
fche fabelleer, in beelden en woorden, volgen kan.
De oudheid veracht hy doorgaands. De ftudie der
oude talen vindt hy geheel onnut, en noodeloos; en
hy kan zich daarmede niet ophouden, Hy houdt in-
tus<chen ook niet van de bekendfte nieuwere talen ,
als Fngelsch, Fransch, Italiaansch, enz. Dezen leert
tn verftnat immers een ieder. En hy moet iets byzon-
ders hebben. Daarom legt hy zich toe op het nieuwe
Grieksch, van w elks fchoonheden hy geene wonde-
yen genoeg verhalen kan.
Allerzeldzaamst vindt men iemand van dezen ftem-
pel, die geene vry aanmerklyke maat van een geest
van tegenfpraak bezit. En daaitoe verleidt hem zeer
na-