Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
5-8 vaderlandsche
die alles bevesdgt. Een Vogel ,woonende in eene»
rijpen Graanaiiker nevens zijne jongen, 's morgens
zullende uitvliegen, om aas voor zich en hun te
zoeken (want zij aten geen graan; maar leefden
van andere fpijs) belastte fcherpelijk zijne jongen
toe te luisteren naar alles, wat'er in zijne afwee-
zigheid gebeuren mogt. Zij deeden dat, en berigt-
ten hem bij de t'huiskomst, dat de Landman met
zijne zoenen voorbij was gegaan en gezegd hadt:
„ dit Graan wordt rijp, men zal het moeten
,, maaien." Geen nood zeide de Vogel tot hen;
wij kunnen nog blijven. Eenige dagen daarna weer
t'huis komende , vernam hij, dat de Landman daar
wederom was geweest, en , het Graan bezien heb-
bende, gezegd hadt tot zijne zoonen: gaat tot de
lluuren, en verzoekt hun, dat zij ons morgen ko-
men helpen maaien. Nog geen gevaar zeide de
Vogel; verhuizen is tijds genoeg! Dan, den vol-
genden dag verfcheenen geene Buuren, fchoon de
Landman nevens zijne zoonen zich daar liet vin-
den. Hier over onvergenoegd, beval hij zijnen
zoonen naar anderen te gaan ; en hun hetzelfde
verzoek te doen. De oude Vogel, weer uitgevloo-
gen doch t' huis gekeerd zijnde, en dat vernee-
mende, zeide tot zijne jongen: „'er is nog geen
„ gevaar: wij kunnen blijven." De Landman
kwam den volgenden dag; maar vondt zich we-
derom te loor gefteld om het agterbüjven deezer
Buuren, waarop hij tot zijnen zoonen zeide: „ Nu
„ niet langer getalmd ! Wij zullen zelve morgen
,, de hand aan de zcisfea (laan en het graan af-
„ maaien."