Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
fipreekwoorden, $7
groeit, een gerchenit van god, zo nuttig, om als
thee getrokken, of in melk gekookt, 's avonds,
wanneer gij verkond zijt, gedronken te worden ?
— Of is zelf de man zelf? waarom men ook zegt:
Daar gaat niet voor eigen, of Die de koe taeiowt, vat
ze hij de hoorns; dan is indedaad de fpreuk van
groot gewigt voor u , en ik hoop, dat gij 'er meer
san moogt voldoen, dan ze blootelijk van anderen
hooren. Daar gaat zeker niet voor den Man zelf.
Rijken mogen veele Dienstbooden houden, om
zich, op hun gemak, te laaten dienen ; maar ge-
looft gij, dat zij altijd wel gediend worden ? Neen ,
mijn kind , denk dat nooit. Hoor! Zelf is het beste
kruid. Zijt Heer, maar ook tevens knegt. Ik wil
zeggen, dien u zeiven, en gij zult best en ge-
trouwst bediend worden; gij zult niet behoeven
te bevelen, te wagten, nog minder zult gij maar
ten halve gehoorzaamd worden: alles zal vaardig:
gefchieden. Geen gelukkiger Mensch , dan die
2ich zel'.'en dient. Ik heb eene Mevrouw gekend,
die verpligtwas, agt Dienstbooden te houden. En
hoe ,denktglj, dat dit haar ftnaakte? Zij betuigde
mij, dat zij zich zelve beter diende, toen zij voor-
heen, nog jonge juffer zijnde, geene Kamenier
hadt, veel min agt Dienstbooden. Dus was toen
ook zelf bij haar hst beste kruid. Maar zij voegde
nog daarbij, dat ze in haar gelukkig Huwelijk ner-
gcns meer finert over hadt, dan over het houden
van agt Dienstbooden. Zij zou 'er dus beter aan
zijn geweest, als zij Mevrouw en meid tevens hadc
iunnen weezen.-Hoor nog eens eene Fabel,
B 5 die