Boekgegevens
Titel: Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Auteur: Martinet, J.F.
Uitgave: Amsterdam: Johannes Allart, 1807
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 1026 F 71
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206141
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Spreekwoorden, Nederlands, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van vaderlandsche spreekwoorden
Vorige scan Volgende scanScanned page
«preeewoounen. 17
13. -
geen uoozlöt ZaNftER ÖOÖ'lcmN.i
. J
geen lief z ond er^lte d.
Als 't lieve Roosje geene doornen hadr, wat
zou 'er van worden , hoe teder is deszelfs maakfel!
Dienen de fcherpe doornen niet toe deszelfs be-
fcherming ? Dat weet Gij, denk ik. Maar wie
kwetst zich, mijn kind! aan de doornen ? Wie
Anders, dan de ruwe aanrander, of de onvoor-
zigtige plukker. - Bij ons zijn ook Roozefi;m^aT
veelal zijn 'er niet zonder doornen: geen lief zonder
leed. Maar van waar komen onze fmerten ? Wij
zelve zijn dikwijls de mnakers der Doornen aan
onze Roozsn, en het is onze fchuld, zo zij ons
zo fteeken. — Een Bakker te Utrecht, vvien mijne
Ouders gekend hebben, hadt eene overgroote
neering. Zijn Oven gaf hem Roozen; maar aan
deezen maakten hij Doornen. Altoos kermde en
klaagde de Man, hoe hij negen Kinderen aan het
brood zou helpen, hoe hij ze groot zou brengen;
terwijl de goede Hemel hem intusfchen een ruim
beflaan gaf! Maar dat mögt niet helpen : het klaa-
gen ging zijn gang, voor en na. Wat gebeurt'er!
cod ontnam hém zijne Kinderen , het eijne na bet
andere ; maar teil zelfden tijde verliep ook zijne
neering, zo dax hij, op 't laatst, zijne Kinders
kwijt zijnde , en niets meer te doen hebbende , al
B bik-