Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
li ckohden der,
S. I66.
Deze verwmtfchtp van verbinding ftaat in eene
omgekeerde verhoudisg met die van zamenhang:
want lioe fterker de kracht van zamenhang is,
hoe minder die van verbinding werken kan.
^^ Pr&r/ met een flukje ijzer in verdund zwa-
velzuur j tegen ijzervijlfel in hetzelfde zuur.)
S. 167.
Door deze verwantfchap doet men de ligchamea
oplosfen, wanneer men een zeker vocht haar aan-
trekkend vermogen op de deelen eens ligchaams,
dat men oplosfen wil, doet oefenen, en daaruit
(§. 166.) volgt, dat men vooraf de verwantfchap
van zamenhang moet verbreken , om die van
verbinding te doen werken: zo» moet ook een
derzelve een vocht zijn (.dat men het fehei-
vücht noemt ) en hét andere zoo fijn gemaakt
giin als mogelijk is: men moet deze oplosfing
wel onderfcheiden van bloot vermengen.
Proeven: Zaut in water opgelost; magnefia,
eerst met water bloot vermengd, tn dan in
zwavelzuur opgelost.)
§. 168.
De oplojfingen leeren ons, dat al de ligchamen
zicTi niet even gretig onderling verbinden, zoodat
fommige zich met kracht aangrijpen en fchieüjk
vereenigen, terwijl andere geene of weinig aan-
trekking op elkander oefenen^ waardoor er dus
^ne keurverwantfchap plaats heeft.
{Proef met vereeniging van loogzouten met
zuur, van olie mH water.)
S- 169.
Wanneer twee ligchamen geen? verwantfchap tot
eikander vertoonen, kan men zulks bevorderi;n
Öi^or bijvoeging van een derde, hetwelk met ieder
det-