Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
• RONDCM BBR
hoeveelheid vloeiftof, hetwelk de foortelijke zwaar-
te oplevert. — Om die der vaste ligchamen te
vinden, zoo neemt men vaste ligchamen van een
en hetzalfde gewigt, en dompelt dezelve in eene
zelfde vloeiftof, b. v. water, en teekent, als
alles in evenwigt hangt, het verlies van ge-
wigt bij de indompeling, en daar de uitgebreid-
heden zyn in omgekeerde rede van derzelver ge-
wigten, zoo tsont deze aanteekening de even-
redigheid Tan de bijzondere zwaarte in de ingC'
dompelde ligchamen aan: wanneer de ingedom-
pelde ligchamen van geen gelyk gewigt zyn, dan
Koet men dezelve vooraf wegen, en naar evea-
ledighcid van een gelyk gewigt hetzelve bere-
kenen.
( PrMf met de vatcneeegkundige Balans,)
»52.
Wanneer een ligchaam, zwaarder dan het water,
ef eene andere vloeiftof door hetzelve henen valt ,
dan zal hetzslve, gedurende dien val geen meer
gewigt hei»ben (wanneer alles aaa eenen evenaar
hangt> dan of het water zelf was, en de ba-
lans zal, wanneer dezelve in evenwigt hing, toen
het zwaardere ligchaam daaraan vast was, voer
een oogerblik overflaan gedurende den val, 200-
dra hetzelve is afgefcheiden geworden.
(froef met een lang glas, hetwelk aan eenen
evenaar hangt, met tenen Inden kegel aan
eenen draad er in.)
s. 153.
Om naauwkeurig te zijn, zal men in het voor-
geftelde geval van J. 15a, wel degelijk acht moe-
ten geven op de onderfteuning, welke het door-
vallend ligchaam in het nederdalen ondergaat,
éat is de tegenftand, welken de gedurige verplaat-