Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
KATUÜRKUNBE, 8l
ligter zijn dan de vIoeiftofFen, waarin men dezelve
dompelt, dan komen zij van zelve boven drijven
op de oppervlakte der vloeiftoIFe.
roef met eenen houten cilinder, of iets anders ,
in een glas met water.)
S- 150.
Omdat deze ligchamen minder zwaar zijn dan
het water, zoo kunnen zij geene kolom water
wegdrukken zoo groot als zij zelve zijn: want
zij zinken flechts voor een gedeelte- in de vloei«
ftof en blijven dan drijven: echter drukken zij zoo
veel water of andere vloeiftof weg als zij zelve
wegen.
C Proef met eenen houten cilinder, dien men in
een vul glas met water werpt, zoodat men
het uitgeloQpcne wegen, en met het gewigt van
het drijvend ligchaam vergelijken kan.)
s. 15'.
Op deze regelen rust de werking ora de bij-
zondere of fonrtelijke zwaarte der vaste en vloei-
bare ligchamen te vinden, met eene naauwkeuri.
ge of waterweegkundige Balans, te weten: om
die der vloeibare ligchamen te vinden, zoo dom-
pelt men een vast ligchaam, in evenwigt han-
gende, in eene vloeillof, b. v. water, teekent
het verlies van gewigt aan, dan heeft men naauw-
keurighet gewigt, dat het vocht weegt, ter grootts
van het ingedompelde ligchaam ; vervolgens dom-
pelt men dat zelfde ligchaam, hetwelk gemeenlijk
een glazen bol is, in een ander vocht, dat men
onderzoeken wil, en teekent ook het verlies aan ,
welk verlies het gewigt uitmaakt van die laatfte
vlociftof ter grootte van den glazen bol, even als
in het vorige geval; en zoo voortgaande, krijgt
mta de ondeiltheid«« aewigten van eene zelfde
F hos»