Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
VATUUaKUNDB« 73
S.
Wanneer twee onveerkrachtige ligchamen, ieder
van eenen tegenftrijdigen kant afkomende, elkander
botfen, dan zal hetzelfde plaats hebben als in de vo-
rige S. gezegd is, mits de produdtsn van elkander
worden afgetrokken; dat is, de fnelheid na den (loot
zal gelijk zyn aan het verfchil der beweegkrachten,
gedeeld door het verfchil der gewigten.
(^Preef met twee weeke klciballen tegen elkander
in flingerende.')
$. 119.
Daar een veerkrachtig ligchaam, volgens 116.,
zich door eenen öoot wel laat indrukke», doch, de
oorzaak van drukking weggenomen zijnde, zich
weder herllelt, zoo moet dit in de wetten vaa
botfing een wezenlijk verfchil met die der on-
veerkrachtige geven; vandaar dat een veerkrach-
tige, b. V. ivoren bal, op eenen marmerdeen
geworpen zijnde, weder opfpringt, terwijl een bal
van weeke klei, als onveerkrachiig zijnde, op
denzelven blijft liggen.
Ito.
Daar een veerkrachtige bal, op eene harde veer-
krachtige (lolfe (b. v. een ivoreH bal op marmer-
(leen) geworpen bij den floot, over en weder,
deuken maakt, doch d:zedeuken zich weder trach-
ten te herflellen, zoo worden bal en (leen van el-
kander afgedrukt met dezelfde kracht als de bal
op den (leen geworpen werd, alzoo, dat een veer-
krachtige bal, vallende óp e«i> veerkrachtig lig-
chaam, weder op zal fpringen tot dezelfde hoog-
te als vanwaar hij gekomen is.
(^Proef: deze deuken ziet men klaar, ah men
eenen ivoren bal op eenen geolitden tf be-
yeeMgde/t zwartacitigen marmerfleen werpt,')
Z $ itl.