Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
jS «KONDEN OEI.
in de loodlijn het zwaartepunt zijn, omdat hetzelve
altijd dalen moet zoo laag het kan.
( Prcef met een driehoekig plankje,)
$. 64.
Hieruit volgt, dat wanneer men van een plat
of viak ligchaam, b. v. een plankje, het zwaar-
tepunt wil vinden, men flechts in twee hoeken
van hetzelve eenen nagel of fpijker behoeft te flaan ,
en aan eiken deraelve afzonderlijk ophangen, te-
vens met een paslood aan het ftiftje vastgemaakt:
dan bevindt zich in iedere loodlijn, die men op het
plankje afteekent, het zwaartepunt, en daar, waar
dezelve elkander fnijden, moet dan het punt zelf
zijn.
( Proef met een driehoekig plankje.)
S. 05.
Aangezien het zwaartepunt de laagfte plaats
zoekt, als het niet onderfleund wordt, zoo volgt,
dat hoe lager het zwaartepunt beneden het flicun-
of hangpunt is, hoe vaster het 'ligchaam ftaat
zonder te kunnen vallen: doch als het, hoewel on-
derfteund, boven bet fteunpunt is, dan flaat het
wankelbaar; want zoodra het zwaartepunt buiten
de loedlijn fta^at, is het niet meer onderfteund ,
en mset dalen zoo laag het kan, dat is: het
ligchaam moet vallen.
( Proef met eene houten fchijf, waarin aan eene
zijde een fiuk lood gedaan is, en den Chinefchen
duikelaar.')
S- <56.
Wanneer men in eenig ligdiaam het zwaarte-
punt weet, kan men ligt onderzoeken hoe ver
men hetzelve over kan brengen zonder vallen: want
zoo lang de loodlijn, van het zwaartepunt afge-
trokken , op de bafis vak, zoo lang blijft. het
on-