Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
4S OR«NDEN DER.
Nederdaling langs krsmme lijnen, toegepast
op de beweging des flingers.
S- a»-
Wanneer er, in plaats van eene regte helling, eene
krom gebogene goot aanwezig is, waarlangs het lig-
chaam rolt, dan heeft nog in alles hetzelfde plaats;
omdat men eene kromme lyn kan aanmerken als te
zijn eene verzameling van vele regte lijntjes, en
vandaar ook, dat een bal, langs eene kromme
goot vallende, op het laagfte punt gekomen zijn-
de, ook wederom eene fnelheid zal verkregen heb-
ben, om, in denzelfden tijd, dat een andere bal
de lijnregte hoogte van de kromme goot valt,
op eenen vlakken vloer voortgaande, tweemaal de-
ze hoogte af te loopen. De gedaante van de hel-
ling doet hier niets af; hetzg dezelve regt,
krom, meer of minder ingebogen zy, bijaldien zij
den val maar niet ftuit, zal de fnelheid van den
bal, langs de helling of ingebogene goot afgeloo-
pen, altijd gelijk zijn aan de fnelheid van den
regtftandig vallenden bal, waarmede die op den
grond is gekomen.
ap.
Een jlingtr beftaat in een ligchaam, dat op-
gehangen is aan eenen draad, en zich om het
punt, waaraan het opgehangen is, beweegt.
S- 30.
Het punt, waaraan de flinger is opgekangen,
en om hetwelke dezelve zich beweegt, noemt
men het beweegpunt,
S' 31.
'Het middelpunt van zwaarte van het lijchaam,
dat aan den draad hangt, heet het fchommel- of
fiingerpunt, en de lengte des flingers wordt be- 1
paald