Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
natuorkunoe. 47
de fnelheid verfchilde, en deze in het laatfte ge.
val minder was dan bij den vrijen val; en wel zoo-
danig , dat, wanneer een ligchaam vrijelijk valt de
hoogte van de helling, een ander ligchaam, in den
zelfden tijd, langs de helling van boven een ze-
ker gedeelte, zal afloopen, dat even zoo ftaat
tot de hoogte der helling als deze hoogte tot
de geheele helling of fchuinte derzelve; wanp
neer men dan op de hoogte der helling eenen hal-
ven cirkel trekt, welke de fchuinte of belling
zelve in een zeker pwnt fnijdt, dan zal een lig-
chaam van boven af tot dat punt loopen, terwijl
een ander ligchaam vrij daalt de hoogte der helling.
( Proef: Men trckkc op eene plank eenen grtth-
ten kalven cirkel, en late uit het toppunt der
middellijn, langs de koorden des cirkels, een
ligchaam afdalen, terwijl een ander langs de
middellijn regtfiandig neervalt.^
S. 26.
Wanneer een bal langs de helling afrolt, en
op hl't laagfte punt gekomen is, dan zal zijne
fnelheid dezelfde zijn als van het ligchaam, dat
regtftandig vrij da hoogte van de helling is ge-
valM.
27.
Daar het ligchaam , dat de hoogte van de hel-
ling regtftandig gevallen is, tea einde van zijnen
val (volgens j. si.) eene fnelheid heeft verkre-
gen, om in denzelfden tijd tweemaal de hoogte
af te loopen, zoo heelt ook een ligchaam, dat
langs eene helling valt, op het laagfte punt ge-
komen zijnde, eene fnelheid verkiegea, om in
denzelfdfin tijd, dat het andere ligchaam vrij de
hoogte is nedergedaald, eenen weg af te legden
tweemaal deze hoogte uitmakende.
Ne-