Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
NATUURKUNDE. 45
men, wordt, door waarnemingen en wiskundige
bert.keningen, bepaald zoodanig te zijn, dat het
vrij v;ii]end ligchaam, wanneer hetzelve in den
eerden tijd van den val eenen zekeren weg afloopt,
alsdan in den tweeden tijd driemaal den weg zal af-
loope;!, en in den derden tijd vijfmaal den weg
enz.; dat is: dat, wanneer het ligchaam in de eer-
fte fekonde van ëeszelfsval eene zekere ruimte door-
loopt, hetzelve in twee volle fekonden vier zul-
ke wegen of ruimten zal doorloopen, in drie fe-
konden negen zulke wegen, in vier fekonden
zestien zulke wegen, in vijf fekonden vijf en
twintig zulke wegen, enz.; dat is: wanneer men
ftelt, zoo als nagenoeg het geval is, dat een
ligchaam, vrij vallende, in de eerde fekonde zal
nederdalen vijftien voeten, zoo zal het in twee
fekonden nederdalen viermaal vijftien of zestig
voeten, in drie fekonden negenmaal vijftien of
honderd vijf en dertig voeten, in vier fekonden
zcsiier.maal vijftien of tv«ree honderd en veertig
voeten, en in vijf fekonden vijf en twintigmaal
vijftien of drie honderd en vijf en zeventig voeten ,
enz.
( Proef ir.ct het •werktuig Van atwdod. )
S. 21.
Wanneer een ligchaam, vrij nederdalende, ten
einde van dcszelfs val gekomen is, en alsdan
op eene vlakte, die geenen tegendand biedt, vrije-
lijk kan voortloopen, met dezelfde fnelheid, welke
hetzelve door den val verkregen heeft, zoo zal
dat ligchaam in denzelfden tijd, dat het gevallen
is, doorloopen eene ruimte of weg twee malen
grooter dan die het al vallende heeft afgelegd.
S. 22.
Al, wat wij hierboven gezegd hebben van den
vrs?