Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
tS «RONDEN DEK.
s- 79'
De vulkanifche zelfftandigheden zijn ie zooda-
nige, welke door onderaardsch vuur verbrand, in
eenen gloeyenden ftroom uitgeworpen worden, die
men /ava noemt; in veifcheidene foorten beftaan,
ende oppervlakten der brandende bergen meereudeels
bedekken. Volgens fommigen zoude de bafalty
dikwerf in menigte als zoo vele kolommen naast
en door elkander geplaatst, ook tot deze zelf-
ftandigheden behooren.
$. 80.
De Planten, waarvan wg reeds (§. 67.) de
genoegzame bepaling gegeven hebben, onderfcheidc
men in fchimmels, paddeftoelen, wier, mos-
fen, varenkruiden, grasfoorten, leliën, palmen,
kruiden en planten, heesters en boomen; zij allen
worden gevoed door een fap, dat zij door mid-
del van de wortels inzuigen, en door ftam, tak-
ken en bladeren wordt henen gevoerd, niet alleen
dóór aantrekking, mair ook wel degelijk door
voortftuwing der vochten in die vaten, ten blijke
dat ook in de planten eene levenskracht plaats heeft.
De geheele bewerktuiging der planten bepaalt
zich tot flechts eenige fjorten vaB eigenlijk zoo-
genaamde vaten of aderen, en tot het daartus-
fchen liggend celachtig weeffel, hetwelk in het
merg der planten duidelijk kenbaar is ; bevattende ,
veelal , enkele, daar tusfchen verdeeld liggende,
grootere blaasjes.
S- 82-
De eigenlek zoogenaamde vaten, onderfchei-
den zich in:
yocktvoerende vaten ^ waarin drups wijze floai-
bare vochten belloten zijn; ea ia
Lucht'