Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
NATUURKUNOK. 17
S- 54-
De veerkracht der ligchamen vermindert en gaat
dikwijls geheel verloren, wanneer ligchamen lang
gefpannen of gedrukt zijn: dit ziet men in lang
gefpannen bogen, enz.
S. 55'
De ligchamen vermeerderen in veerkracht naar
mate zij toenemen in digtheid: vandaar dat lig-
chamen veerkrachtiger worden door koude; gloei-
jend ftaal wordt veerkrachtiger als men hét fchie-
lijk in water bluscht, enz.: ook kan deze vermeer-
dering door vermenging gefchieden; want tin ea
koper ondereen gefmolten, geven een zeer veer-
krachtig metaal, en men maakt daarvan de klok-
ken en fchellen.
S. 5<.
Meest alle ligchamen zijn veerkrachtig; even-
wel houdt men fommige voor veerkrachteloos, als:
weeke klei. Onder de vloeiftolFen houdt men het wa-
ter voor veerkrachteloos, maar daar men duidelijk
ziet, dat het geluid door het water henen kan
worden voortgeplant, befluit men reeds vooraf
dat het min of meer veerkrachtig zgn moet, zoo
als dan oek de proef van canton bewezen heeft.
$• 57.
Het is door de werking der warmteflof alleen,
dat een ligchaam van vast vloeibaar, en van vloei-
baar luchtvoroiig wordt: zoo wordt ijs door
warmteftof water, en water damp, dat eene
luchtvormige of veerkrachtige vloeillof is.
S- 58.
natuurlijke geschiedenis.
Alhoewel de Wijsgeeren, de li^^chamen volgens
derzelver aard en zamenltelling flechts in de yoor-
■oerade drie ftaten 38.) onderfcheiden, zoo
B / rr'