Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
NATUURKUHOE« I49
: i^Proef met een yersch kalfsoog, •waarvan het
hoornachtig vlies van achteren zoo veel is
verdund, dat men het beeld van het voorwerp
(b. V. eene kaars) op het netvlies zien kan,'}
S' 357.
Wanneer, door ouderdom of andere omflandig«
heden, het oog verplat of de vochren minder iil
ftraalbreking ziin geworden, zoo moeten de in
het oog vallende lichtkegels minder (lerk zamen-
gebogen worden, en komen dus met hunne pun-
ten niet op het netvlies uit, maar daar achter; hier-
door worden de beelden op het netvlies niet dai-
delijk afgeteekend, en men ziet flaauw en verward;
hetwelk men langzigtigheid noemt.
s. 358-
Wanneer daarentegen het oog boller is dan naar
gewoonte, of dat de vochten meer dan gewoon
llraalbrekend zijn , zoo worden de lichtkegels
fterker zamengebogen, .en komen dus met hun-
ne punten ook niet juist op het netvlies uit, maar
worden voor hetzelve in het glasachtig vocht te
zamen gebogen; vandaar is het, dat men met zul-
ke oogen ook flaauw en verward ziet; hetwelk
OKii kortzigtigheid, oi bifziende te zijn, noemt.
359.
De Natuurkunde heeft ons het middel aan de
hand gegeven, ona de beide gebreken van lang- en
kortzigtighetd, in 357 en 358. vermeld, te ge-
moet te komen, en zelfs geheel te verhelpen,
te weten: wanneer men voor de langzigtigheid
($• ^57') holle of vergrootglazen gebruikt, die
de ftraalbreking bevorderen, (§. 332.) en vnor
de kortzigtigheid holle glazen, welke de licht-
ftralen meer vaneen doen vtrfpreiden, (§. 323.)
«n alzoo de punten der lichtkegels op de vereischte
K. 3 plaats