Boekgegevens
Titel: Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Serie: Stukken het schoolwezen betreffende, 10: 5
Auteur: Buijs, Johannes
Uitgave: Leyden: D. du Mortier en zoon
Deventer: J.H. de Lange
Groningen: J. Oomkens en zoon, 1818
Maatschappij tot Nut van 't Algemeen
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Z 435 : 10 (5)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_206108
Onderwerp: Natuurkunde: natuurkunde: algemeen
Trefwoord: Natuurkunde, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Gronden der natuurkunde, getrokken uit het Natuurkundig schoolboek
Vorige scan Volgende scanScanned page
134 «B.ONDEN DZR
bragt te worden , of ten minfle zoodanig be-
werkt, dat zij de ligchamen, welke rondom ons
zijn, zigtbaar maakt, en deze beweging der hcht-
ftofiè moet boven alle verbeelding fnel zijn; want
zoo wy haar als van de zon afkomend befchou-
wen, dan leert de ondervinding, dat zij flechis
acht minuten tijds befteedt, om tot ons te komen;
zoodat het licht, als het werkelijk voortgaat, in
eene feconde omtrent 56400 uren gaans moet afleg,
gen; dan of het licht wezenlijk wel dien weg af-
legt, is twijfelachtig; mogelijk wel dat het flechts
medegedeeld wordt door trilling, even als het ge-
luid. (§. 196.)
§• 314-
Of het licht en de warmteflof eene en dezelfde
ïijn, is niet uitgemaakt; fommigen willen, dat de-
ze ftofFen verfchillen, terwijl anderen haar voor
dezelfde houden; zeggende: boven en in de ijle
gewesten des dampkrings is de warmteftof, als
van de zon afftralende, alleen licht; doch naar ma-
te zij, verder gaande, ftofFen, zoo als digtere lucht
en dampen , ontmoet, verbindt zij zich daarmede ,
en wordt, voor zoo verre zij daarmede verbon-
den is, warmte; blijvende alzoo het onverbon-
dene licht, dus nabij de oppervlakte der aarde,
äe meeste warmte en tegelijk licht, en boven op
de hooge bergtoppen, meerder licht en helderheid
dan beneden, maar minder warmte, omdat daar
ininder ftof voorhanden is, om zich daarmede te ver-
binden : —■ dewijl de brandfpiegels , vooral de me-
falen van parabclifche gedaanie, bewijzen, dat alle
warmte, zelfs de geringfte, ftralen afgeeft, vol-
gens dezelfde wetten als het licht, zoo meenea
zÜ daarin veel grond tot deze fteliing te vinden.
(Pree-